Uitspraak
RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
tussenuitspraak van de enkelvoudige kamer van 3 oktober 2025 in de zaak tussen
[eiser] , uit Smilde, eiser
derde-partijneemt aan het geding deel
[derde belanghebbende]te Smilde (vergunninghouder).
Rechtbank Noord-Nederland
Deze bestuursrechtelijke tussenuitspraak betreft een omgevingsvergunning voor de bouw van een bedrijfspand met bedrijfswoning aan de achterzijde van een perceel in Smilde. Eiser, wonende naast het perceel, betwist de vergunning en voert meerdere beroepsgronden aan, waaronder een gebrek aan motivering bij de afwijking van het bestemmingsplan.
De rechtbank oordeelt dat het college terecht afwijkt van de planregel over de afstand tot de zijdelingse perceelsgrens, waarbij belangen van vergunninghouder en eiser voldoende zijn afgewogen en gemotiveerd. Echter, de afwijking van de planregel die voorschrijft dat de bedrijfswoning aan de openbare weg moet liggen, is onvoldoende gemotiveerd. Het college heeft nagelaten het belang van vergunninghouder bij deze afwijking kenbaar en zorgvuldig af te wegen tegen de belangen van eiser.
De rechtbank wijst op eerdere uitspraken waarin is vastgesteld dat een bedrijfswoning een andere ruimtelijke uitstraling heeft dan een bedrijfsgebouw, ook als deze inpandig is. Het ontbreken van een gedegen motivering leidt tot een motiverings- en zorgvuldigheidsgebrek, in strijd met de Awb. Daarom wordt het college in de gelegenheid gesteld de gebreken binnen zes weken te herstellen, waarna de procedure wordt voortgezet.
Uitkomst: De rechtbank constateert een motiverings- en zorgvuldigheidsgebrek en stelt het college in de gelegenheid dit binnen zes weken te herstellen.