ECLI:NL:RBNNE:2025:5022

Rechtbank Noord-Nederland

Datum uitspraak
24 oktober 2025
Publicatiedatum
10 december 2025
Zaaknummer
11547324 BU VERZ 25-277
Instantie
Rechtbank Noord-Nederland
Type
Uitspraak
Procedures
  • Mondelinge uitspraak
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bestuursrechtelijke procedure inzake verkeersboete voor parkeren op gehandicaptenparkeerplaats

In deze zaak is aan de betrokkene een boete opgelegd op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) voor het parkeren op een gehandicaptenparkeerplaats zonder het daarvoor bestemde voertuig. De overtreding vond plaats op 7 maart 2024 om 19:37 uur op de Marktstraat in Delfzijl. De opgelegde boete bedraagt € 499,00, inclusief administratiekosten. Betrokkene heeft tegen de boete beroep ingesteld bij de officier van justitie, die het beroep ongegrond verklaarde. Hierop heeft betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter, die de zaak op 24 oktober 2025 heeft behandeld. Tijdens de zitting was betrokkene aanwezig, evenals de vertegenwoordigster van de officier van justitie, mr. Z. Fluitsma. Betrokkene voerde aan dat zij het verkeersbord niet kon zien door een blokkade in haar zicht en dat het bord niet voldeed aan de geldende eisen. De vertegenwoordigster van de officier van justitie was van mening dat het beroep gegrond moest worden verklaard. De kantonrechter twijfelde aan de verklaring van de verbalisant en concludeerde dat de gedraging niet kon worden vastgesteld, omdat het voertuig van betrokkene voor het bord stond. De kantonrechter verklaarde het beroep gegrond, vernietigde de beslissing van de officier van justitie en de inleidende beschikking, en bepaalde dat betrokkene het bedrag van de zekerheidstelling terugkrijgt.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Zittingsplaats Groningen
Bestuursrecht
beschikkingsnummer: 264698928
zaaknummer: 11547324 BU VERZ 25-277
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak gedaan op de openbare zitting van 24 oktober 2025
in de zaak van

[betrokkene] (de betrokkene),

die woont in [woonplaats] .

Inleiding

1. Aan betrokkene is een boete opgelegd op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv). De verkeersovertreding waarvoor de boete is opgelegd is: ‘parkeren op gehandicaptenparkeerplaats anders dan met het voor die gereserveerde gehandicaptenparkeerplaats bestemde voertuig’, verricht op 7 maart 2024, om 19:37 uur, op de Marktstraat in Delfzijl, met een personenauto, met kenteken [kenteken] . De opgelegde boete bedraagt € 499,00 (inclusief administratiekosten).
1.1.
Betrokkene heeft tegen de boete beroep ingesteld bij de officier van justitie. Deze heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing heeft betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.
1.2.
De kantonrechter heeft het beroep op 24 oktober 2025 op de zitting behandeld. Daarbij waren aanwezig: betrokkene en als vertegenwoordigster van de officier van justitie mr. Z. Fluitsma.
1.3.
Na afloop van de behandeling heeft de kantonrechter onmiddellijk uitspraak gedaan.

Beoordeling door de kantonrechter

Standpunten

2. Betrokkene voert aan dat zij het bord niet kon zien bij het aanrijden. Haar spiegel blokkeerde het zicht op het bord en het was donker. Het bord stond er net een paar dagen en voldoet niet aan geldende eisen. Het bord is te hoog en stond te ver naar achteren. Ook staan andere borden anders. Daarnaast was geen sprake van opzet.
3. De vertegenwoordigster is van mening dat het beroep gegrond moet worden verklaard. Een haaks aan de weg geplaatst bord E6 geldt voor het wegvak daarachter. [1] Betrokkene stond voor het E6 bord.
Overwegingen
4. De kantonrechter ziet aanleiding om te twijfelen aan de verklaring van de verbalisant en de gegevens in het zaakoverzicht. Een haaks aan de weg geplaatst bord E6 geldt voor het wegvak daarachter. [2] Op de foto’s in het dossier is te zien dat het voertuig van betrokkene voor het bord stond. De gedraging kan daarom niet worden vastgesteld.

Conclusie

De kantonrechter:
  • verklaart het beroep tegen de beslissing van de officier van justitie gegrond;
  • vernietigt die beslissing;
  • verklaart het beroep tegen de inleidende beschikking gegrond;
  • vernietigt die inleidende beschikking;
  • bepaalt dat betrokkene het bedrag van de zekerheidstelling terugkrijgt.
Deze uitspraak is gedaan door mr. H.J. Bastin, kantonrechter, in aanwezigheid van mr. W.B. Jongsma, griffier.
griffier kantonrechter

Rechtsmiddel

Als u het met de beslissing op uw beroep niet eens bent, dan kunt u binnen zes weken na de hieronder vermelde datum van toezending van deze beslissing hoger beroep instellen bij het
gerechtshof Arnhem - Leeuwarden, maar alleen als:
a. de u opgelegde administratieve boete meer dan € 110,00 bedraagt, of
b. uw beroep niet-ontvankelijk is verklaard omdat u geen (of niet op tijd) zekerheid heeft gesteld.
Het (hoger) beroepschrift moet worden ingediend bij de rechtbank Noord-Nederland, Afdeling Bestuursrecht, locatie Groningen (Postbus 150, 9700 AD Groningen). U dient daarbij het zaaknummer te vermelden.
De wet gaat uit van een geheel schriftelijke procedure, tenzij door u bij het (hoger) beroepschrift uitdrukkelijk om een zitting is gevraagd.

Voetnoten

1.Hof Arnhem-Leeuwarden 18 april 2023, ECLI:NL:GHARL:2023:3304.
2.Hof Arnhem-Leeuwarden 18 april 2023, ECLI:NL:GHARL:2023:3304.