Uitspraak
RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 26 november 2025 in de zaak tussen
[eiser] , uit [woonplaats] , eiser
het college van burgemeester en wethouders van Groningen
de burgemeester van Groningen,
Samenvatting
Achtergrond en procesverloop
Beoordeling door de rechtbank
‘De commissie is van oordeel dat het college bevoegd is om de standplaatsvergunning in te trekken. De herinrichting van de Grote Markt is onmiskenbaar een ruimtelijke ontwikkeling als bedoeld in artikel 5:19, derde lid onder d van de APVG. Bovendien voldoet de standplaats niet meer aan het gewijzigde standplaatsenbeleid voor de Grote Markt, zoals dit is vastgesteld in de Nota Standplaatsen 2021. In dit gewijzigde beleid staan ter bescherming van het uiterlijk aanzien van de omgeving regels over onder andere de grootte van de standplaats, de mobiliteit en de precieze locatie van de standplaatsen op de Grote Markt. Nu de standplaats niet meer voldoet aan de regels die het college heeft vastgesteld in het belang van de bescherming van het uiterlijk aanzien van de Grote Markt, levert dit ook een bevoegdheid op om de vergunning in te trekken.’
‘In artikel 1:7 onder b van de APVG is bepaald dat een vergunning kan worden ingetrokken als dat op grond van een verandering van omstandigheden of inzichten, noodzakelijk is vanwege de belangen met het oog waarop de vergunning is verleend. De standplaatsvergunning wordt onder meer geweigerd en verleend met het oog op ruimtelijke en planologische ontwikkelingen in het belang van de bescherming van het uiterlijk aanzien van de omgeving. Dat blijkt onder meer uit artikel 5:19, derde lid, onder a en d. Dat sprake is van gewijzigde ruimtelijke inzichten op dat gebied volgt uit het zojuist bedoelde ruimtelijk beleid van het gemeentebestuur met betrekking tot de herinrichting van de Grote Markt. […] Ook de Nota Standplaatsen 2021 is op 1 januari 2022 aangepast. Ter bescherming van het uiterlijk aanzien van de (nieuwe) Grote Markt zijn regels opgenomen over de grootte van de standplaats, de uitstallingen, terrassen en de uitstraling van de standplaats op de Grote Markt. Uw huidige standplaats past niet in het gewijzigde ruimtelijk beleid voor de Grote Markt. De standplaats is ook strijdig met meerdere onderdelen van het (gewijzigde) standplaatsenbeleid. Zowel waar het gaat om de locatie, de grootte van de stand, de ruimtelijke uitstraling, de aanwezigheid van het terras en de niet-mobiliteit daarvan. […] Uit het voorgaande volgt dat er gewijzigde inzichten zijn op grond waarvan wij bevoegd zijn uw standplaatsvergunning in te trekken.’
Conclusie en gevolgen
Beslissing
Informatie over hoger beroep
Bijlage: voor deze uitspraak belangrijke wet- en regelgeving
b. indien op grond van een verandering van de omstandigheden of inzichten opgetreden na het verlenen van de ontheffing of vergunning, intrekking of wijziging noodzakelijk is vanwege het belang of de belangen ter bescherming waarvan de vergunning of ontheffing is vereist;
c.het beoogde gebruik afbreuk doet aan andere publieke functies van de weg, inclusief de bescherming van het uiterlijk aanzien daarvan en van de omgeving;
e.het beoogde gebruik hetzij op zichzelf, hetzij in verband met de omgeving niet voldoet aan redelijke eisen van welstand.
Artikel 5:19 Standplaatsvergunning en weigeringsgronden
a. in het belang van de bescherming van het uiterlijk aanzien van de omgeving;
d
.aantoonbare toekomstige ruimtelijke en/of planologische ontwikkelingen.