ECLI:NL:RBNNE:2025:4858
Rechtbank Noord-Nederland
- Eerste en enige aanleg
- Rechtspraak.nl
Toelating tot de wettelijke schuldsaneringsregeling met toepassing van de hardheidsclausule en verlenging van de looptijd
In deze zaak heeft de rechtbank Noord-Nederland op 12 november 2025 uitspraak gedaan over het verzoek van een verzoeker tot toelating tot de wettelijke schuldsaneringsregeling. De verzoeker heeft een verzoekschrift ingediend, dat is behandeld ter zitting op dezelfde datum. Tijdens de zitting was de verzoeker aanwezig, evenals zijn schuldhulpverlener van de Kredietbank Nederland. De rechtbank heeft vastgesteld dat zij bevoegd is om deze procedure te openen, aangezien het centrum van de voornaamste belangen van de verzoeker in Nederland ligt. Het verzoekschrift voldeed aan de gestelde eisen.
De rechtbank heeft vervolgens de hardheidsclausule van artikel 288 lid 3 van de Faillissementswet (Fw) in overweging genomen. Ondanks het ontbreken van goede trouw met betrekking tot het ontstaan van schulden, heeft de rechtbank geoordeeld dat de verzoeker voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat hij de omstandigheden die hebben geleid tot zijn schulden onder controle heeft gekregen. De verzoeker heeft recentelijk een uitkering aangevraagd en gekregen, en is onder beschermingsbewind geplaatst. De rechtbank heeft vertrouwen in de mogelijkheid van de verzoeker om de verplichtingen uit de schuldsaneringsregeling na te komen.
Daarnaast heeft de rechtbank geconstateerd dat de verzoeker recentelijk is veroordeeld tot een taakstraf, wat invloed kan hebben op zijn inspanningsverplichting binnen de schuldsaneringsregeling. Daarom heeft de rechtbank besloten om de looptijd van de schuldsaneringsregeling met zes maanden te verlengen, waardoor de regeling nu 24 maanden zal duren, met ingang van 12 november 2025 en eindigend op 12 november 2027. De rechtbank heeft ook de benoeming van mr. S. van Gessel als rechter-commissaris en de last aan de bewindvoerder om brieven en telegrammen aan de schuldenaar te openen, bevestigd.