ECLI:NL:RBNNE:2025:4062

Rechtbank Noord-Nederland

Datum uitspraak
29 augustus 2025
Publicatiedatum
7 oktober 2025
Zaaknummer
11387964 BU VERZ 24-2615
Instantie
Rechtbank Noord-Nederland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Mondelinge uitspraak
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 13a, tweede lid, onder a, WahvArtikel 6, eerste lid, EVRMArtikel 4, onderdeel a, Wet herwaardering proceskostenvergoedingen WOZ en bpm
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vermindering verkeersboete wegens schending hoorplicht en redelijke termijn

Aan betrokkene is een boete opgelegd voor het rijden met 38 km/u te hard op de A7 buiten de bebouwde kom. Betrokkene stelde beroep in bij de officier van justitie, dat ongegrond werd verklaard. Vervolgens werd beroep ingesteld bij de kantonrechter.

De kantonrechter oordeelde dat de officier van justitie de hoorplicht heeft geschonden en dat de redelijke termijn is overschreden, aangezien meer dan twee jaar was verstreken tussen het moment waarop betrokkene de boete kon verwachten en de uitspraak. Hierdoor werd de boete twee keer met 25% gematigd, wat resulteerde in een boete van €262,13 inclusief administratiekosten.

Daarnaast werd de officier van justitie veroordeeld tot het betalen van proceskosten aan betrokkene, berekend op €113,38, met toepassing van de extra wegingsfactor uit artikel 13a, tweede lid, onder a, Wahv. De beslissing van de officier van justitie werd vernietigd en de boete aangepast.

Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, onder voorwaarden en met vermelding van het zaaknummer.

Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard, de boete wordt gematigd tot €262,13 en de officier van justitie wordt veroordeeld tot betaling van €113,38 aan proceskosten.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Zittingsplaats Groningen
Bestuursrecht
beschikkingsnummer: 260059637
zaaknummer: 11387964 BU VERZ 24-2615
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak gedaan op de openbare zitting van 29 augustus 2025
in de zaak van

[betrokkene] (de betrokkene),

woont in [woonplaats] ,
(gemachtigde: mr. I.N.D.J. Rissema, Bezwaartegenverkeersboete.nl).

Inleiding

1. Aan betrokkene is een boete opgelegd op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv). De verkeersovertreding waarvoor de boete is opgelegd is: ‘38 km per uur harder rijden dan mag op een autosnelweg buiten de bebouwde kom (verkeersbord A1)’, verricht op 8 augustus 2023, om 12:41 uur, op de A7 in Zuidbroek, met een personenauto, met kenteken [kenteken] . De opgelegde boete bedraagt € 459,00 (inclusief administratiekosten).
1.1.
Betrokkene heeft tegen de boete beroep ingesteld bij de officier van justitie. Deze heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing heeft betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.
1.2.
De kantonrechter heeft het beroep op 29 augustus 2025 op de zitting behandeld. Daarbij was aanwezig: als vertegenwoordigster van de officier van justitie mr. E. Berkeljon.
1.3.
Na afloop van de behandeling op de zitting heeft de kantonrechter onmiddellijk uitspraak gedaan.

Beoordeling door de kantonrechter

Standpunten

2. Gemachtigde voert aan dat de hoorplicht is geschonden. Gemachtigde verzoekt om vergoeding van de proceskosten.
3. De vertegenwoordigster is van mening dat boete twee keer met 25% gematigd moet worden, omdat de hoorplicht en de redelijke termijn zijn geschonden. Voor het overige dient het beroep ongegrond te worden verklaard.
Overwegingen
4. Betrokkene betwist de gedraging niet, maar voert argumenten aan ter verklaring. Daarmee is de gedraging komen vast te staan. Vervolgens is de vraag of er feiten en omstandigheden zijn die aanleiding geven tot een wijziging van de boete.
5. De vertegenwoordigster heeft op de zitting aangevoerd dat de officier van justitie de hoorplicht heeft geschonden. De kantonrechter ziet hierin aanleiding om de boete te matigen met 25% tot een bedrag van: € 346,50 (inclusief administratiekosten). [1]
6. De kantonrechter zal het resterende bedrag van de boete opnieuw matigen met 25% tot € 262,13 (inclusief administratiekosten), omdat de redelijke termijn is geschonden. [2] In deze zaak is namelijk meer dan twee jaar verstreken tussen het moment waarop betrokkene kon verwachten dat hij een boete zou krijgen en deze uitspraak.
7. Omdat de kantonrechter het beroep gegrond zal verklaren in verband met de schending van de hoorplicht en de redelijke termijn, zal hij de officier van justitie veroordelen in de proceskosten van betrokkene in de kantonfase. [3] Hij zal één punt toekennen voor het indienen van het beroepschrift bij de kantonrechter met een waarde van € 907,00. Gelet op de aard van de zaak past de kantonrechter de wegingsfactor 0,5 (gewicht van de zaak = licht) toe. Omdat de beslissing van de officier van justitie na 31 december 2023 is bekendgemaakt, past de kantonrechter de extra wegingsfactor toe als bedoeld in artikel 13a, tweede lid, onder a, Wahv. [4]
8. De berekening is als volgt: 1 (procespunt) x € 907,00 (tarief) x 0,5 (wegingsfactor, licht) x 0,25 (extra wegingsfactor herwaardering proceskostenvergoeding) = € 113,38. Hij zal de officier van justitie veroordelen in de kosten van € 113,38.

Conclusie

De kantonrechter:
  • verklaart het beroep tegen de beslissing van de officier van justitie gegrond;
  • vernietigt die beslissing;
  • wijzigt de inleidende beschikking en matigt de sanctie tot € 262,13 (inclusief administratiekosten);
  • bepaalt dat betrokkene het teveel betaalde aan zekerheidstelling terugkrijgt;
  • veroordeelt de officier van justitie in de proceskosten van betrokkene van € 113,38.
Deze uitspraak is gedaan door mr. H.J. Bastin, kantonrechter, in aanwezigheid van mr. W.B. Jongsma, griffier.
griffier kantonrechter

Rechtsmiddel

Als u het met de beslissing op uw beroep niet eens bent, dan kunt u binnen zes weken na de hieronder vermelde datum van toezending van deze beslissing hoger beroep instellen bij het
gerechtshof Arnhem - Leeuwarden, maar alleen als:
a. de u opgelegde administratieve boete meer dan € 110,00 bedraagt, of
b. uw beroep niet-ontvankelijk is verklaard omdat u geen (of niet op tijd) zekerheid heeft gesteld.
Het (hoger) beroepschrift moet worden ingediend bij de rechtbank Noord-Nederland, Afdeling Bestuursrecht, locatie Groningen (Postbus 150, 9700 AD Groningen). U dient daarbij het zaaknummer te vermelden.
De wet gaat uit van een geheel schriftelijke procedure, tenzij door u bij het (hoger) beroepschrift uitdrukkelijk om een zitting is gevraagd.

Voetnoten

1.Hof Arnhem-Leeuwarden 8 mei 2025, ECLI:NL:GHARL:2025:2852.
2.Artikel 6, eerste lid, van het EVRM.
3.Hof Arnhem-Leeuwarden 13 mei 2025, ECLI:NL:GHARL:2025:2912.
4.Artikel 4, onderdeel a, van de Wet herwaardering proceskostenvergoedingen WOZ en bpm.