ECLI:NL:RBNNE:2025:3833

Rechtbank Noord-Nederland

Datum uitspraak
8 augustus 2025
Publicatiedatum
23 september 2025
Zaaknummer
11343371 BU VERZ 24-2388
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Mondelinge uitspraak
Rechters
  • M. Hidding
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 13a WahvArt. 21 RVV 1990
Verwijzingen
5 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vernietiging boete wegens onjuiste snelheidsbordpassage op autosnelweg

Betrokkene kreeg een boete opgelegd voor het rijden van 30 km per uur te hard op de A7 bij Groningen, vastgesteld met een snelheidsovertreding op 14 november 2023. De boete werd opgelegd op grond van het passeren van een A1-bord dat een maximumsnelheid van 100 km per uur aangeeft. Betrokkene stelde echter dat hij eerst een G1-bord was gepasseerd, dat de toegestane snelheid op 130 km per uur stelt, en dat hij nog niet bij het A1-bord was toen hij werd geflitst.

De kantonrechter oordeelde dat de overtreding niet kon worden vastgesteld omdat betrokkene inderdaad nog geen A1-bord had gepasseerd op het moment van de snelheidsovertreding. Dit werd bevestigd door de locatie van de hectometerpalen en de bordplaatsing. De boete werd daarom vernietigd. Tevens werd de officier van justitie veroordeeld in de proceskosten van betrokkene, waarbij rekening werd gehouden met de wettelijke vermenigvuldigingsfactoren en de aard van de zaak.

De uitspraak benadrukt het belang van correcte verkeersbordplaatsing en de juiste interpretatie daarvan bij het vaststellen van snelheidsovertredingen. De kantonrechter verklaarde zich onbevoegd over de wijze van uitbetaling van de zekerheidstelling. Betrokkene kan binnen zes weken hoger beroep instellen bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden.

Uitkomst: De boete wegens snelheidsovertreding wordt vernietigd omdat betrokkene nog niet het A1-bord had gepasseerd.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Zittingsplaats Groningen
Bestuursrecht
beschikkingsnummer: 262339199
zaaknummer: 11343371 BU VERZ 24-2388
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak gedaan op de openbare zitting van 8 augustus 2025
in de zaak van

[betrokkene] (de betrokkene),

die woont in [woonplaats] ,
gemachtigde: M.J.M. Bergers, Boete.nu.

Inleiding

1. Aan betrokkene is een boete opgelegd op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv). De verkeersovertreding waarvoor de boete is opgelegd is: ’30 km per uur harder rijden dan mag op een autosnelweg buiten de bebouwde kom (verkeersbord A1)’, verricht op 14 november 2023, om 13:42 uur, op de Weg der Verenigde Naties (A7) in Groningen, met een personenauto, met kenteken [kenteken] . De opgelegde boete bedraagt € 343,00 (inclusief administratiekosten).
1.1.
Betrokkene heeft tegen de boete beroep ingesteld bij de officier van justitie. Deze heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing heeft betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.
1.2.
De kantonrechter heeft het beroep op 8 augustus 2025 op de zitting behandeld. Daarbij was aanwezig als vertegenwoordigster van de officier van justitie mr. M. Kalsbeek.
1.3
Na afloop van de behandeling heeft de kantonrechter onmiddellijk uitspraak gedaan.

Beoordeling door de kantonrechter

Beslissing

2. De kantonrechter beoordeelt het beroep aan de hand van de beroepsgronden van betrokkene. Hij oordeelt dat het beroep gegrond is en zal de boete vernietigen. De kantonrechter zal hierna uitleggen waarom hij dat doet.
Standpunten
3. Betrokkene voert aan dat hij langs een G1-bord is gereden en dat daaruit blijkt dat hij 130 km per uur mag. Hij is geen A1-bord gepasseerd waaruit blijkt dat er een afwijkende maximumsnelheid geldt. Betrokkene is vanuit Groningen via de Westpoortboulevard de A7 opgereden.
4. De vertegenwoordigster stelt zich op het standpunt dat het beroep gegrond verklaard moet worden. Betrokkene was inderdaad vóór de snelheidsmeting de bebording nog niet gepasseerd.
Overwegingen
5. Betrokkene betwist de verkeersovertreding. In zaken op grond van de Wahv is de verklaring van de verbalisant in het zaakoverzicht in beginsel voldoende voor het vaststellen van de verkeersovertreding, tenzij concrete omstandigheden worden aangevoerd die aanleiding geven tot twijfel.
6. Bij het oprijden van de A7 vanaf de Westpoortboulevard in de richting van Drachten passeert een bestuurder eerst een G1-bord, dat aangeeft dat de bestuurder een autosnelweg oprijdt. Op een autosnelweg geldt een maximale snelheid van 130 km per uur. [1] Betrokkene is “gelaserd” ter hoogte van hectometerpaal 190.2 links. Op Google Maps is echter te zien dat het A1-bord, dat aangeeft dat de maximale snelheid 100 km per uur is, pas bij hectometerpaal 189,9 links staat (N.B. de kilometeraantallen op de hectometerpalen lopen in de richting van Drachten af). Betrokkene was dus nog geen A1-bord gepasseerd, waardoor voor hem de maximale snelheid nog steeds 130 km per uur was. De verkeersovertreding kan daarom niet worden vastgesteld. De kantonrechter zal de boete vernietigen.
7. Omdat de kantonrechter het beroep gegrond zal verklaren, zal hij de officier van justitie veroordelen in de proceskosten van betrokkene. Hij zal één punt toekennen met een waarde van € 647,00 voor het indienen van het administratief beroepschrift en één punt toekennen voor het indienen van het beroepschrift bij de kantonrechter met een waarde van € 907,00. Het Besluit proceskosten bestuursrecht kent geen punt toe aan het bijwonen van een telefonisch hoorzitting. De kantonrechter ziet in dit geval aanleiding om ook een halve punt toe te kennen voor de telefonische hoorzitting. Gelet op de aard van de zaak past hij de wegingsfactor 0,5 (gewicht van de zaak = licht) toe. Op 24 juni 2025 heeft de Hoge Raad geoordeeld dat de extra vermenigvuldigingsfactor uit artikel 13a, tweede lid, van de Wahv toelaatbaar is. Deze vermenigvuldigingsfactor is van toepassing op beslissingen en uitspraken na 2024. Daarom past de kantonrechter de vermenigvuldigingsfactor van 0,25 toe bij de berekening van de proceskosten in de fase bij de kantonrechter. Hij zal de officier van justitie veroordelen in de kosten van
€ 760,38 (€ 647,00 x 2 x 0,5 + 907,00 x 0,5 x 0,25).
8. Artikel 13a, vijfde lid, van de Wahv regelt dat uitbetalingen op grond van een uitspraak op beroep op grond van deze wet uitsluitend plaatsvinden op een bankrekening die op naam staat van degene aan wie de boete is opgelegd. Gelet op de jurisprudentie is de kantonrechter niet bevoegd om over deze feitelijke uitvoering van zijn beslissing een oordeel te geven. [2]

Conclusie

De kantonrechter:
  • verklaart het beroep tegen de beslissing van de officier van justitie gegrond;
  • vernietigt die beslissing;
  • verklaart het beroep tegen de inleidende beschikking gegrond;
  • vernietigt die inleidende beschikking;
  • bepaalt dat betrokkene het bedrag van de zekerheidstelling terugkrijgt;
  • veroordeelt de officier van justitie in de proceskosten van betrokkene van € 760,38;
  • verklaart zich onbevoegd om te oordelen over de wijze van uitbetalen.
Waarvan proces-verbaal,
mr. M. Hidding, griffier mr. P.G. Wijtsma, kantonrechter

Rechtsmiddel

Als u het met de beslissing op uw beroep niet eens bent, dan kunt u binnen zes weken na de hieronder vermelde datum van toezending van deze beslissing hoger beroep instellen bij het
gerechtshof Arnhem - Leeuwarden, maar alleen als:
a. de u opgelegde administratieve boete meer dan € 110,00 bedraagt, of
b. uw beroep niet-ontvankelijk is verklaard omdat u geen (of niet op tijd) zekerheid heeft gesteld.
Het (hoger) beroepschrift moet worden ingediend bij de rechtbank Noord-Nederland, Afdeling Bestuursrecht, locatie Groningen (Postbus 150, 9700 AD Groningen). U dient daarbij het zaaknummer te vermelden.
De wet gaat uit van een geheel schriftelijke procedure, tenzij door u bij het (hoger) beroepschrift uitdrukkelijk om een zitting is gevraagd.

Voetnoten

1.Artikel 21, onder a, van het Reglement Verkeersregels en Verkeerstekens 1990 (RVV 1990).
2.Hof Arnhem-Leeuwarden 17 juni 2024, ECLI:NL:GHARL:2024:4051.