Uitspraak
Rechtbank NOORD-NEDERLAND
[handelsnaam],
Rechtbank Noord-Nederland
De rechtbank Noord-Nederland behandelde op 24 juli 2025 het verzoek van een schuldenaar tot afkondiging van een afkoelingsperiode van vier maanden in het kader van een besloten akkoordprocedure onder de WHOA. De schuldenaar stelde dat de afkoelingsperiode noodzakelijk was om rust te creëren voor de voorbereiding van een akkoord, waarbij beslag was gelegd op zijn bankrekeningen door de Belastingdienst.
De rechtbank stelde vast dat de schuldenaar had gekozen voor een besloten akkoordprocedure en dat de rechtbank rechtsmacht en bevoegdheid had om het verzoek te behandelen. De schuldenaar gaf aan binnen twee maanden een akkoord aan te bieden, wat voldoet aan de procedurele vereisten.
Echter, de rechtbank constateerde grote verschillen tussen de financiële gegevens die ter zitting werden genoemd en de stukken bij het verzoekschrift. Er ontbrak een duidelijke en onderbouwde liquiditeitsprognose, evenals een overzicht van kosten voor de advocaat en accountant die het akkoord begeleiden. Bovendien was de Belastingdienst niet geïnformeerd over het verzoek, waardoor zij geen zienswijze kon indienen.
Gezien de onduidelijkheid over de financiële situatie en het ontbreken van betrokkenheid van de Belastingdienst, kon de rechtbank niet vaststellen dat de afkoelingsperiode in het belang van de gezamenlijke schuldeisers was en dat derden niet werden benadeeld. Daarom wees de rechtbank het verzoek af.
Uitkomst: Het verzoek tot afkondiging van een afkoelingsperiode wordt afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing en het ontbreken van betrokkenheid van de Belastingdienst.