Uitspraak
1.De procedure
2.De feiten
3.Het verzoek en het verweer
4.De beoordeling
€ 135,00(plus de betekeningskosten zoals hierna vermeld)
Rechtbank Noord-Nederland
De werknemer was in dienst bij de werkgever op basis van een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd tot 1 februari 2025. De werkgever informeerde de werknemer niet tijdig over het al dan niet voortzetten van de arbeidsovereenkomst, zoals vereist volgens artikel 7:668 lid 1 BW Pro. De werknemer vorderde daarom een aanzegvergoeding.
Daarnaast hield de werkgever ten onrechte een bedrag in op het loon van december 2024 wegens vermeende teveel betaalde pauze-uren, hetgeen door de werknemer werd betwist. De werkgever kon de inhouding niet aannemelijk maken.
De kantonrechter oordeelde dat de werkgever de aanzegplicht niet is nagekomen en daarom een aanzegvergoeding verschuldigd is, verminderd naar rato vanwege de mededeling van de werknemer op 20 januari 2025 dat zij de arbeidsovereenkomst niet wilde voortzetten. Tevens werd de werkgever veroordeeld tot betaling van het onterecht ingehouden loon, wettelijke rente, wettelijke verhoging en buitengerechtelijke incassokosten. De werkgever werd tevens verplicht een correcte bruto/netto specificatie te verstrekken. De werkgever was niet verschenen en had geen verweerschrift ingediend.
Uitkomst: Werkgever wordt veroordeeld tot betaling van aanzegvergoeding, achterstallig loon, wettelijke rente, verhoging en incassokosten wegens niet-naleving aanzegplicht en onrechtmatige inhouding.