Uitspraak
uitspraak van de enkelvoudige belastingkamer van 20 mei 2025 in de zaak tussen
[eiser] , uit [woonplaats] , eiser
de inspecteur van de Belastingdienst, de inspecteur
Inleiding
Feiten
Vooraf
Beoordeling door de rechtbank
verplichtom langs elektronische weg aangifte te doen. De Belastingdienst biedt nog steeds als alternatief het indienen van een - op verzoek toegezonden - papieren aangiftebiljet, waarvan eiser ook gebruik heeft gemaakt. Dat is in overeenstemming met de geldende wet- en regelgeving. Deze argumenten missen daarom feitelijke grondslag. De rechter moet zich beperken tot een oordeel in de concrete zaak van eiser en kan dus niet in het wilde weg gaan oordelen over hypothetische situaties die zich misschien in de toekomst kunnen voordoen. Dat volgt uit de scheiding der machten en uit het procesrecht zoals dat is vastgelegd in de Algemene wet bestuursrecht en de AWR.
nietin strijd met het evenredigheidsbeginsel om van burgers die op papier aangifte willen doen, te vragen om elk jaar opnieuw een verzoek daartoe in te dienen. Hoewel het moeten doen van dat verzoek natuurlijk enigszins belastend is en het misschien ook best irritant kan zijn, is dit voor elke individuele burger maar één keer per jaar een simpele, relatief snel uit te voeren handeling, waarbij hij vrijwel geen gegevens hoeft aan te leveren. Het verzoek hoeft ook niet te worden gemotiveerd. Bovendien hoeft die burger er niet zelf aan te denken dat hij elk jaar die handeling moet uitvoeren. Hij krijgt namelijk eerst een uitnodiging van de Belastingdienst die hem eraan herinnert dat hij aangifte moet doen. Anders gezegd: de burger moet jaarlijks moeite doen, maar de overheid laat de burger ook niet helemaal stuurloos. Daar staat tegenover dat het alternatief voor de Belastingdienst zou inhouden dat hij een actueel bestand moet bijhouden van alle belastingplichtigen die op papier aangifte hebben gedaan zodat die het volgende jaar opnieuw een papieren aangiftebiljet toegezonden kunnen krijgen. Gelet op de enorme aantallen jaarlijks te verwerken aangiften IB is het voorstelbaar dat de Belastingdienst, met het oog op het algemene belang van het tijdig en correct verwerken van die enorme hoeveelheden, in de uitvoering kiest voor een zo eenvoudig mogelijke structuur met zo min mogelijk verschillende processen. Het enkele feit dat het misschien heel goed
mogelijkis voor de Belastingdienst om een los papieren aangifteproces in de lucht te houden, betekent nog niet dat de Belastingdienst dat dan ook per se moet doen. Kortom: de afweging van deze belangen valt in het voordeel uit van de Belastingdienst en dus in het nadeel van eiser. Dat betekent dat op zichzelf terecht een boete is opgelegd.
hoogtevan de boete overweegt de rechtbank dat de boete van € 385 op zichzelf is opgelegd overeenkomstig het geldende boetebeleid van de Belastingdienst. De rechtbank moet echter zelfstandig toetsen of die boete in de concrete omstandigheden van het geval wel passend en geboden is. Aan de ene kant is het zonneklaar dat eiser goed wist dat hij door pas zo laat (té laat) aangifte te doen, het risico liep dat hij een boete opgelegd zou krijgen. Sterker nog: eiser heeft op de zitting in wezen verklaard dat hij het er min of meer op aan heeft laten komen dat er een boete aan hem werd opgelegd, zodat hij die boete kon aangrijpen om een antwoord te krijgen op de vraag of het wel rechtmatig is dat de Belastingdienst hem verplicht om jaarlijks zelf om een papieren biljet te verzoeken.