ECLI:NL:RBNNE:2025:1519
Rechtbank Noord-Nederland
- Op tegenspraak
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen erkenning en tenuitvoerlegging van Belgisch confiscatiebevel
Veroordeelde stelde beroep in tegen de erkenning en tenuitvoerlegging van een confiscatiebevel van de correctionele rechtbank te Turnhout, België, waarbij een bedrag van €78.982,-- was verbeurd verklaard.
De rechtbank toetste het beroep op grond van artikel 39 WWETGC Pro en Verordening 2018/1805. Veroordeelde voerde aan dat het confiscatiebevel was verjaard en dat het gelijkheidsbeginsel geschonden werd doordat in het buitenland opgelegde ontnemingsvorderingen niet kunnen worden verminderd zoals in Nederland.
De officier van justitie stelde dat het bevel niet verjaard was, omdat het een wanbedrijf betrof met een verjaringstermijn van tien jaar, en dat de erkenning terecht was verleend. De rechtbank oordeelde dat het confiscatiebevel niet verjaard is vanwege opschorting van de verjaringstermijn door een strafrechtelijk uitvoeringsonderzoek in België.
Het verzoek om prejudiciële vragen aan het Hof van Justitie van de Europese Unie werd afgewezen omdat deze niet relevant waren voor de beoordeling van het beroep. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees het verzoek tot aanhouding af.
Uitkomst: Het beroep tegen de erkenning en tenuitvoerlegging van het Belgische confiscatiebevel is ongegrond verklaard.