Uitspraak
RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
19 maart 2025 in het beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv), ingediend door
Rechtbank Noord-Nederland
Betrokkene is beboet voor het deels parkeren op het fietspad, waardoor hinder werd veroorzaakt. Hij stelde dat er sprake was van willekeur omdat andere auto's ook stonden geparkeerd zonder boete en dat de beslissing van de officier van justitie ondeugdelijk en te laat was genomen.
De kantonrechter oordeelde dat de overtreding vaststaat, aangezien de auto deels op het fietspad stond, en dat dit hinder veroorzaakte. De boete is terecht opgelegd omdat andere auto's niet op het fietspad stonden en betrokkene zijn verantwoordelijkheid had om goed te parkeren. De politie is bevoegd om in heel Nederland boetes uit te delen, waardoor de locatie van de verbalisant niet relevant is.
Verder is de beslissing van de officier van justitie voldoende gemotiveerd en binnen de wettelijke termijn genomen. De redelijke termijn voor de procedure is niet overschreden, aangezien de procedure binnen twee jaar is afgerond. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen de boete wegens hinderlijk parkeren op het fietspad wordt ongegrond verklaard.