ECLI:NL:RBNNE:2024:932
Rechtbank Noord-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling beroep tegen vaststelling kinderopvangtoeslag 2022 en toepassing evenredigheidsbeginsel
Eiser maakte bezwaar tegen de vaststelling van de kinderopvangtoeslag 2022 door de Belastingdienst/Toeslagen, omdat hij meent dat de stopzetting van de toeslag per 1 januari 2022 onterecht was en hij de brief hierover niet heeft ontvangen.
De rechtbank oordeelt dat de brief van 12 januari 2022, waarin de stopzetting werd medegedeeld, als besluit geldt en dat verweerder aannemelijk heeft gemaakt dat deze brief aan eiser is verzonden. Eiser heeft onvoldoende onderbouwd dat hij de brief niet heeft ontvangen, zodat het vermoeden van ontvangst blijft bestaan.
Verder is overwogen dat de wettelijke regeling in artikel 1.3, tweede lid, van de Wet kinderopvang (Wko) een terugwerkende kracht van maximaal drie maanden kent voor de toeslag. Dit is een dwingende bepaling die niet getoetst kan worden aan het evenredigheidsbeginsel, zoals bevestigd door de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De rechtbank ziet geen bijzondere omstandigheden die een afwijking van deze wettelijke regeling rechtvaardigen. Daarom blijft het bestreden besluit in stand, wordt het beroep ongegrond verklaard en krijgt eiser geen vergoeding van griffierecht of proceskosten.
Uitkomst: Het beroep tegen de vaststelling van de kinderopvangtoeslag 2022 wordt ongegrond verklaard en het besluit blijft in stand.