In de zaak van het openbaar ministerie tegen verdachte is witwassen ten laste gelegd met betrekking tot een lading schroot en een geldbedrag van 892.500 euro, over de periode van december 2016 tot maart 2017 in meerdere locaties waaronder Nederland, Suriname, St. Maarten en Spanje. Verdachte zou samen met anderen de herkomst en werkelijke aard van deze voorwerpen hebben verhuld.
De zaak kenmerkte zich door procesafspraken tussen het openbaar ministerie en de verdediging, waarbij een gezamenlijke voorstel werd gedaan om tot een passende afdoening te komen. Deze afspraken werden voorafgaand aan de zitting op 9 december 2024 aan de rechtbank voorgelegd en door verdachte en zijn raadsman ondertekend.
De rechtbank heeft deze procesafspraken getoetst aan de criteria van het recht op een eerlijk proces en concludeerde dat verdachte vrijwillig en bewust afstand had gedaan van bepaalde verdedigingsrechten. Gelet op het ontbreken van wettig en overtuigend bewijs, heeft de rechtbank verdachte vrijgesproken van het ten laste gelegde witwassen.
De uitspraak is gedaan door de meervoudige kamer van de Noordelijke Fraudekamer op 9 december 2024 te Leeuwarden.