Eisers, eigenaren van een vakantiewoning nabij het zonnepark Appelscha, maakten bezwaar tegen een omgevingsvergunning voor de plaatsing van zes cameramasten van 6 meter hoog. Het college van burgemeester en wethouders van Ooststellingwerf verklaarde hun bezwaar niet-ontvankelijk wegens het ontbreken van een persoonlijk belang. Eisers stelden dat de masten dichterbij staan dan een eerder verwijderde mast en dat de niet-gerealiseerde groenstrook de impact vergroot, waardoor hun privacy wordt geschaad.
De rechtbank beoordeelde of eisers als belanghebbenden konden worden aangemerkt en concludeerde dat ondanks het zicht op de masten en de afstand tot de woning (180 tot 320 meter), de gevolgen voor hun woon- en leefsituatie te gering zijn om een persoonlijk belang aan te nemen. De smalle en beperkte omvang van de masten en het beperkte zichtveld van de camera’s ondersteunen dit oordeel.
Ook de privacybezwaren van eisers werden verworpen omdat de gevreesde schending niet voortvloeit uit de vergunning en het zichtveld van de camera’s niet reikt tot het perceel van eisers. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, waardoor het bestreden besluit in stand blijft en eisers het griffierecht niet terugkrijgen.