Uitspraak
RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
[veroordeelde]
Procesverloop
Motivering
Kamerstukken II2010/11, 32337, nr. 7, p. 2)
Rechtbank Noord-Nederland
De rechtbank Noord-Nederland behandelde op 29 oktober 2024 de zaak van een veroordeelde die terbeschikkingstelling (tbs) onder bevel tot verpleging van overheidswege ondergaat wegens ernstige zedendelicten. De officier van justitie had verzocht om verlenging van deze maatregel met één jaar. De rechtbank baseerde zich op adviezen van deskundigen die het recidiverisico laag tot matig inschatten en constateerden dat de veroordeelde stabiel functioneert binnen de maatschappij en onder toezicht staat van reclassering en een forensisch psychiatrisch centrum.
Hoewel de wettelijke regel is dat een voorwaardelijke beëindiging van de tbs minimaal een jaar moet duren, besloot de rechtbank hiervan af te wijken. Dit vanwege de geleidelijke maatschappelijke terugkeer van de veroordeelde onder langdurig toezicht en begeleiding, waardoor een abrupte beëindiging wordt voorkomen. De rechtbank verwees naar eerdere jurisprudentie maar vond in deze zaak voldoende aanleiding om de verlenging af te wijzen.
De rechtbank concludeerde dat de veiligheid van anderen niet langer een verlenging van de maatregel vereist. De vordering van de officier van justitie tot verlenging van de terbeschikkingstelling werd daarom afgewezen. De uitspraak werd gedaan door de meervoudige strafkamer, waarbij één rechter niet kon medeondertekenen.
Uitkomst: De rechtbank wijst de verlenging van de terbeschikkingstelling af vanwege een laag recidiverisico en geleidelijke maatschappelijke terugkeer onder toezicht.