ECLI:NL:RBNNE:2024:3438
Rechtbank Noord-Nederland
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing tegemoetkoming rijnvarenden voor jaren met werkgevers in niet-rijnoeverstaten
Eiser diende een aanvraag in voor een tegemoetkoming op grond van de Regeling tijdelijke tegemoetkoming rijnvarenden (Rttr) voor de periode 2010-2014. De minister kende een tegemoetkoming toe voor een deel van 2012, maar wees de aanvraag voor 2013 en 2014 af omdat de werkgevers van eiser in die jaren gevestigd waren in Liechtenstein en Cyprus, die toen niet waren aangesloten bij de Rijnvarendenovereenkomst (Rvo).
Eiser stelde dat Liechtenstein sinds 2018 wel is aangesloten en dat er sprake is van ongelijke behandeling op grond van het gelijkheidsbeginsel en artikel 6 EVRM Pro. De rechtbank oordeelde dat de Regeling alleen geldt voor werkgevers gevestigd in rijnoeverstaten gedurende de relevante periode en dat aansluiting van Liechtenstein in 2018 geen terugwerkende kracht heeft.
De rechtbank vond dat eiser onvoldoende had onderbouwd dat sprake was van gelijke gevallen en verwierp het beroep. De afwijzing van de tegemoetkoming voor 2013 en 2014 blijft in stand, en eiser krijgt geen vergoeding van griffierecht of proceskosten.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van de tegemoetkoming voor 2013 en 2014 blijft in stand.