ECLI:NL:RBNNE:2024:3102
Rechtbank Noord-Nederland
- Wraking
- Rechtspraak.nl
Wrakingsverzoek rechter wegens niet oproepen gezinsvoogd afgewezen
Verzoekers dienden een wrakingsverzoek in tegen mr. M.C. van Woudenberg, rechter in een zaak over de opheffing van een ondertoezichtstelling van een minderjarige. Zij stelden dat de rechter niet objectief kon beslissen omdat de vaste gezinsvoogd niet was opgeroepen, wat het beginsel van hoor en wederhoor zou schenden.
De rechter gaf aan dat het niet oproepen van de gezinsvoogd een regiebeslissing was om de zaak niet vooraf aan te houden. De gecertificeerde instelling was als belanghebbende opgeroepen en de Raad als informant. Tijdens de zitting zou blijken of aanvullende oproeping van de gezinsvoogd nodig was.
De wrakingskamer oordeelde dat een procesbeslissing zoals deze niet kan leiden tot wraking, tenzij sprake is van objectief gerechtvaardigde schijn van partijdigheid, wat hier niet het geval was. Het verzoek werd daarom kennelijk ongegrond verklaard en de hoofdzaak wordt voortgezet in de huidige stand van zaken. Tegen deze beslissing is geen rechtsmiddel mogelijk.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de rechter wordt kennelijk ongegrond verklaard en de hoofdzaak wordt voortgezet.