De rechtbank Noord-Nederland heeft het verzoek van de moeder afgewezen om vervangende toestemming te verkrijgen voor verhuizing met haar dochter naar Denemarken en inschrijving op een school aldaar. De moeder wilde verhuizen vanwege het starten van een boerenbedrijf met haar partner in Denemarken. De vader en de kinderen zijn het hier niet mee eens.
De rechtbank heeft alle omstandigheden afgewogen, waarbij het belang van de kinderen voorop stond. De afstand van ruim 600 kilometer tussen de woonplaatsen en het risico op verwijdering tussen de zussen en ouders waren zwaarwegende factoren. De kinderen zien elkaar nu elk weekend, wat bij verhuizing niet meer mogelijk zou zijn. De Raad voor de Kinderbescherming uitte grote zorgen over de gevolgen van de verhuizing.
De moeder had al stappen gezet voor de verhuizing, zoals verkoop van haar woning en aankoop van een woning in Denemarken, maar dit woog niet zwaarder dan de belangen van de kinderen en vader. Het verzoek van de vader om een verhuisverbod binnen een straal van 15 kilometer af te geven, werd eveneens afgewezen. Het subsidiaire verzoek om het hoofdverblijf van de dochter bij de vader te bepalen werd niet behandeld vanwege de afwijzing van het hoofdverzoek.