Uitspraak
RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
[gedaagde sub 2],
1.De procedure
- de dagvaarding,
- de incidentele vordering tot onbevoegdheid en verwijzing naar de rechtbank Amsterdam, tevens incidentele vordering tot voeging (ex artikel 222 Rv Pro) van Osborne c.s.,
- de incidentele conclusie van antwoord Bisbeez.
2.De feiten
investment agreementgesloten. Op basis van artikel 4.2 van deze overeenkomst hebben op die dag tevens de volgende (rechts)handelingen plaatsgevonden, voor zover hier van belang:
- het wijzigen van de statuten van BHA,
- een aandelenuitgifte door BHA,
- het sluiten van een shareholders agreement,
- het sluiten van een management agreement met (een vennootschap van) [aandeelhouder eiser] , en
- het benoemen van [aandeelhouder en bestuurder] als bestuurder van BHA.
investment agreementis het volgende forumkeuzebeding opgenomen:
investment agreementieder bijgestaan door professionele adviseurs.
investment agreement, althans tot vergoeding van schade dan wel subsidiair voor recht te verklaren dat de in die procedure betrokken gedaagden onrechtmatig jegens [aandeelhouder eiser] (althans Bisbeez) hebben gehandeld zijn door de rechtbank Amsterdam afgewezen. In het arrest van 5 april 2022 heeft het gerechtshof het vonnis bekrachtigd en overwogen (voor zover hier van belang):
3.Het geschil
In de hoofdzaak
primairOsborne c.s. hoofdelijk te veroordelen tot vergoeding van door Bisbeez geleden en te lijden schade, op te maken bij staat en
subsidiairOsborne c.s. hoofdelijk te veroordelen tot betaling van € 2,2 miljoen aan Bisbeez te vermeerderen met rente en
zowel primair als subsidiairte verklaren voor recht dat [gedaagde sub 2] aansprakelijk is voor het verschil tussen 42% van de in de toekomst te realiseren verkoopopbrengst van de onderneming van BHA en de aan Bisbeez toekomende verkoopopbrengst overeenkomstig de werkelijke verhoudingen en Osborne c.s. hoofdelijk te veroordelen in de kosten van de procedure, de nakosten daaronder begrepen.
Primairdat de rechtbank zich onbevoegd verklaart en de zaak in de stand waarin het zich bevindt verwijst naar de civiele kamer van de rechtbank Amsterdam;
Subsidiair,indien één (of meerdere) van de (hierna onder III vermelde) procedures wordt verwezen naar de civiele kamer van de rechtbank Amsterdam, ook onderhavige zaak aldus te verwijzen;
Meer subsidiair, de onderhavige procedure te voegen met de procedures met de zaak- en rolnummers C/18/222191 / HA ZA 23-107 en C/18/222186 / HA ZA 23-104;
Primair, subsidiair en meer subsidiairBisbeez te veroordelen in de kosten en nakosten van het incident, te voldoen binnen veertien dagen na dagtekening van het te wijzen vonnis, te vermeerderen met, indien tijdige betaling uitblijft, de wettelijke rente vanaf de vijftiende dag na dagtekening van het in deze te wijzen vonnis tot aan de dag der algehele voldoening.
4.De beoordeling
Het onbevoegdheidsincident
Universal Music). De zaak dient volgens Osborn c.s. te worden verwezen naar de civiele kamer van de rechtbank Amsterdam.
rolvoeginggelijk te laten oplopen. Daarom zal (in de hoofdzaak) worden beslist op de wijze als in het dictum omschreven.