Uitspraak
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 24 mei 2024 in de zaak tussen
[eiseres] , uit [woonplaats] , eiseres
Belastingdienst/Toeslagen, kantoor Utrecht
Inleiding
Beoordeling door de rechtbank
.Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.
- Tot 19 juli 2021 stond de zoon van eiseres, de heer [naam] (hierna: de zoon), ingeschreven op het adres van eiseres.
- Op 27 september 2020 heeft verweerder het toetsingsinkomen over 2021 van eiseres geschat op € 10.444 en van de zoon op € 3.556.
- Op 28 december 2020 is aan eiseres een voorschot huurtoeslag 2021 verleend van € 2.914. Daarbij is uitgegaan van een gezamenlijk geschat toetsingsinkomen van € 14.000. De zoon is het gehele berekeningsjaar aangemerkt als medebewoner.
- Op 16 juli 2021 heeft de fiscaal intermediair namens de zoon per 19 juli 2021 huurtoeslag aangevraagd voor zijn nieuwe woning. De fiscaal intermediair heeft daarbij het geschatte toetsingsinkomen van de zoon over 2021 gewijzigd naar € 1.078.
- Op 19 juli 2021 heeft Belastingdienst/Toeslagen een melding ontvangen van de Basisregistratie personen dat de zoon per 19 juli 2021 is verhuisd.
- Op 30 juli 2021 is er telefonisch contact geweest met eiseres over de aanvraag huurtoeslag en de verhuizing van de zoon.
- Op 20 augustus 2021 is het voorschot huurtoeslag 2021 herzien en is deze € 2.914 gebleven. Door de verhuizing van de zoon wordt hij door verweerder alleen over de maanden januari 2021 tot en met juli 2021 nog aangemerkt als medebewoner.
- Op 25 mei 2022 heeft verweerder bericht ontvangen van de Basisregistratie inkomen (hierna: BRI), waaruit blijkt dat het inkomensgegeven van eiseres over 2021 € 12.681 bedraagt en van de zoon € 13.101.
Conclusie en gevolgen
Beslissing
- verklaart het beroep tegen het bestreden besluit 1 niet-ontvankelijk;
- verklaart het beroep tegen het bestreden besluit 2 ongegrond;
- draagt verweerder op het door eiseres betaalde griffierecht van € 50,- aan haar te vergoeden.