Uitspraak
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 20 maart 2024 in de zaak tussen
[eiser] en [eiseres] , uit [woonplaats] , eisers
Inleiding
Beoordeling door de rechtbank
Voor zover het bestreden besluit ziet op het primaire besluit I
Voor zover het bestreden besluit ziet op het primaire besluit II
inde groepsaccommodatie kan worden gerealiseerd acht de rechtbank daarvoor onvoldoende. De rechtbank betrekt daarbij dat eisers gemotiveerd hebben toegelicht dat het toevoegen van het recreatieappartement zeer beperkte ruimtelijke uitstraling heeft nu er op het perceel reeds een groepsaccommodatie met een capaciteit van 110 personen aanwezig is en in het appartement maximaal vier personen kunnen verblijven. Verder hebben eisers betoogd dat het recreatieappartement wordt gerealiseerd in een bestaand bouwwerk, zodat het aantal bouwwerken op het perceel ongewijzigd blijft. Het college heeft dat in zijn motivering niet kenbaar betrokken.
Conclusie en gevolgen
Beslissing
- verklaart zich onbevoegd voor zover het beroep zich richt tegen het bestreden besluit voor zover dat ziet op het bezwaar tegen het primaire besluit I;
- verklaart het beroep gegrond voor zover het beroep zich richt tegen het bestreden besluit voor zover dat ziet op het bezwaar tegen het primaire besluit II.
- vernietigt het bestreden besluit, voor zover dat ziet op het bezwaar tegen het primaire besluit II;
- draagt het college op een nieuw besluit te nemen op het bezwaar met betrekking tot het primaire besluit II met inachtneming van deze uitspraak;
- bepaalt dat het college het griffierecht van € 184,- aan eisers moet vergoeden;
- veroordeelt het college tot betaling van € 1.808,38 aan proceskosten aan eisers.