Eisers hebben beroep ingesteld tegen de beslissing van de burgemeester om één van twee inbeslaggenomen honden onder voorwaarden terug te laten keren. De burgemeester had deze beslissing genomen in augustus 2021 en gewijzigd in oktober 2021. De rechtbank beoordeelt of het beroep ontvankelijk is.
De hond is inmiddels op 5 augustus 2022 teruggekeerd bij eisers naar aanleiding van een nieuw besluit van de burgemeester. Hierdoor is het oorspronkelijke doel van het beroep, het terugkrijgen van de hond, reeds bereikt. De rechtbank oordeelt dat er daardoor geen actueel en reëel procesbelang meer bestaat om het beroep inhoudelijk te behandelen.
Eisers voerden aan dat zij wel procesbelang hebben vanwege de aan de terugkeer verbonden voorwaarden en de wens om onrechtmatigheid vast te stellen voor schadeverhaal. De rechtbank stelt echter dat de voorwaarden niet als een besluit in de zin van de Algemene wet bestuursrecht kwalificeren, maar feitelijk of privaatrechtelijk handelen betreffen. Voor eventuele schadevorderingen dienen eisers zich tot de civiele rechter te wenden.
Ook het verzoek om proceskostenvergoeding schept geen procesbelang. De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk en ziet geen aanleiding tot toekenning van proceskostenvergoeding.