Uitspraak
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 5 december 2023 in de zaak tussen
[eiser], uit Waskemeer, eiser 1
derde-partijneemt aan de zaak deel:
Shere Masten B.V.uit Utrecht (derde-partij)
Rechtbank Noord-Nederland
Deze bestuursrechtelijke zaak betreft het beroep van 16 eisers tegen het besluit van het college van burgemeester en wethouders van Ooststellingwerf over een verzoek tot handhaving tegen een zendmast aan de Leidijk 1a in Waskemeer. De zendmast bleek 39 meter hoog te zijn, terwijl de vergunning een hoogte van 36 meter toestond. Het college legde een last onder dwangsom op en wees het handhavingsverzoek gedeeltelijk toe.
De rechtbank beoordeelde eerst de ontvankelijkheid van de beroepen. Het beroep van eisers 3 tot en met 16 werd niet-ontvankelijk verklaard omdat zij geen eigen bezwaar hadden ingediend. Het bezwaar van eiser 2 werd ten onrechte niet-ontvankelijk verklaard, omdat eiser 2 als belanghebbende moest worden aangemerkt ondanks dat hij het handhavingsverzoek niet zelf had ingediend.
Inhoudelijk oordeelde de rechtbank dat het college terecht niet verdergaand handhavend optrad, omdat de zendmast conform de verleende omgevingsvergunning was gebouwd. De verwijzing naar eerdere jurisprudentie over de zendmast was niet relevant voor de handhaving. Ook de klachten over woon- en leefklimaat (vogeloverlast, visuele en geluidshinder) konden niet tot handhaving leiden omdat deze niet binnen de reikwijdte van het handhavingsverzoek vielen.
De rechtbank vernietigde het bestreden besluit alleen voor zover het bezwaar van eiser 2 ten onrechte niet-ontvankelijk was verklaard en veroordeelde het college tot vergoeding van griffierecht en reiskosten aan eisers 1 en 2. Het overige deel van het besluit bleef in stand.
Uitkomst: Het beroep van eisers 1 en 2 is gegrond voor het bezwaar van eiser 2, het beroep van eisers 3 tot en met 16 is niet-ontvankelijk, en het college hoeft niet verdergaand te handhaven.