ECLI:NL:RVS:2016:87
Raad van State
- Hoger beroep
- H. Troostwijk
- Rechtspraak.nl
Vaststelling bevoegdheid handhaving bewoning garage/berging volgens bestemmingsplan Nijverdal
Het geschil betreft de vraag of het college van burgemeester en wethouders van Hellendoorn bevoegd was om handhavend op te treden tegen de bewoning door een belanghebbende van de garage/berging en de uitbreiding van een woning op een perceel te Nijverdal.
De woning was eigendom van een failliete vennootschap, waarbij de curator het bezwaar had ingesteld tegen het besluit van het college om niet handhavend op te treden. De rechtbank verklaarde het bezwaar van een andere belanghebbende niet-ontvankelijk, terwijl de Raad van State dit vernietigt en oordeelt dat deze belanghebbende wel ontvankelijk is.
De Raad van State bevestigt dat de bewoning van de garage/berging en de uitbreiding niet als zelfstandige bewoning kan worden aangemerkt omdat gebruik wordt gemaakt van voorzieningen in het oorspronkelijke woonhuis. Dit betekent dat er geen strijd is met het bestemmingsplan en het college terecht niet handhavend optrad.
De uitspraak van de rechtbank wordt vernietigd voor zover het bezwaar van de belanghebbende niet-ontvankelijk werd verklaard en het beroep van deze belanghebbende wordt ongegrond verklaard. Het college wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Het beroep van de belanghebbende wordt ongegrond verklaard en het college is niet bevoegd handhavend op te treden tegen de bewoning van de garage/berging.