Uitspraak
derde-partijheeft aan het geding deelgenomen: de Faunabeheereenheid Fryslân (FBE), gevestigd te (plaats), ontheffinghoudster,
Rechtbank Noord-Nederland
Het college van gedeputeerde staten van Fryslân verleende een ontheffing aan een faunabeheereenheid voor het vangen en doden van maximaal 429 steenmarters in 21 gebieden ter bescherming van weidevogels, met name de grutto, in de periode 2022-2026. Verzoeksters maakten bezwaar tegen dit besluit en vroegen om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter overwoog dat er grote onzekerheid bestaat over de werkelijke omvang van de steenmarterpopulatie in Fryslân en de gevolgen van het vangen en doden van steenmarters voor de gunstige staat van instandhouding van de soort. De motivering van het besluit was onvoldoende onderbouwd, met name over de criteria voor de gunstige staat van instandhouding en het effect van het verkleinen van het verspreidingsgebied.
Gezien het grote belang van zowel de weidevogels als de steenmarter en de onzekerheden achtte de voorzieningenrechter het geboden om het aantal te vangen en doden steenmarters voorlopig te beperken tot 200, evenredig verdeeld over de ontheffingsgebieden. Deze maatregel geldt tot zes weken na het besluit op bezwaar. Tevens werden proceskosten en griffierecht aan verzoeksters toegekend.
Uitkomst: De voorlopige voorziening beperkt het aantal te vangen en doden steenmarters tot 200 in afwachting van het bezwaarbesluit.