ECLI:NL:RBNNE:2023:3271
Rechtbank Noord-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen niet-ontvankelijkverklaring bezwaar herzieningsverzoek WW-dagloon
Eiseres verzocht het UWV om herziening van haar WW-dagloon op grond van werkzaamheden uit een participatieplaats die volgens recente rechtspraak mogelijk een arbeidsovereenkomst vormden. Het UWV wees dit verzoek bij besluit van 20 oktober 2021 af en verklaarde het bezwaar daarop bij besluit van 15 maart 2022 niet-ontvankelijk. De rechtbank beoordeelt in deze procedure uitsluitend de rechtmatigheid van die niet-ontvankelijkverklaring.
De rechtbank stelt vast dat eiseres vanaf 4 september 2017 een WW-uitkering ontving, die later werd beëindigd omdat zij vanaf 1 september 2017 recht had op een Ziektewetuitkering. Hierdoor heeft eiseres geen belang meer bij een inhoudelijke beoordeling van het bezwaar tegen het WW-dagloon. Dit oordeel sluit aan bij vaste jurisprudentie over procesbelang, waarin een louter formeel belang onvoldoende is.
Eiseres voerde aan dat de intrekking van de WW-uitkering te wijten was aan onzorgvuldigheid van het UWV, maar de rechtbank wijst dit af omdat de beëindiging verband hield met de toekenning van de Ziektewetuitkering. Verder is het besluit van 11 maart 2022, waarbij een nieuwe WW-uitkering werd toegekend, geen intrekking of wijziging van het bestreden besluit en kan daarom niet in deze procedure worden betrokken.
De rechtbank concludeert dat het UWV het bezwaar terecht niet-ontvankelijk heeft verklaard en verklaart het beroep ongegrond. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep van eiseres wordt ongegrond verklaard omdat het UWV het bezwaar terecht niet-ontvankelijk heeft verklaard wegens gebrek aan procesbelang.