Eisers, waaronder Vereniging Milieudefensie en IVN, hebben beroep ingesteld tegen de afwijzing van hun verzoek tot intrekking van een vergunning voor uitbreiding van een veehouderij nabij het Natura 2000-gebied Lieftinghsbroek. De vergunning was verleend met toepassing van het PAS, dat later onverbindend werd verklaard. Het college had het verzoek tot intrekking afgewezen en verwees naar landelijke maatregelen en het Groninger beleid voor stikstofreductie.
De rechtbank oordeelt dat de vergunde activiteit leidt tot een toename van stikstofdepositie op het al stikstofoverbelaste gebied, wat een dreigende verslechtering betekent. Volgens jurisprudentie moeten passende maatregelen worden getroffen om verslechtering te voorkomen. Het college heeft echter niet inzichtelijk gemaakt welke andere passende maatregelen dan intrekking worden genomen en binnen welk tijdpad deze effectief zijn.
De enkele verwijzing naar landelijke en provinciale maatregelen volstaat niet, omdat deze niet concreet zijn toegespitst op Lieftinghsbroek. Ook de natuurdoelanalyse is niet overgelegd. De rechtbank vernietigt daarom het bestreden besluit en draagt het college op binnen 12 weken een nieuw besluit te nemen. Het verzoek om schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn wordt afgewezen vanwege de complexiteit en het procesgedrag van eisers.
Het college wordt veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten aan eisers.