ECLI:NL:RBNNE:2023:2741
Rechtbank Noord-Nederland
- Verstek
- Rechtspraak.nl
Toekenning vergoeding kosten rechtsbijstand aan belanghebbende in klaagschriftprocedure
Verzoekster diende een klaagschrift in op grond van artikel 552a Sv tegen de voortduring van de inbeslagname van een auto die haar toebehoorde, maar in beslag was genomen onder haar broer. De rechtbank verklaarde het klaagschrift gegrond en besloot tot teruggave van het inbeslaggenomen goed.
Vervolgens verzocht verzoekster om vergoeding van de kosten van rechtsbijstand die zij in deze procedure had gemaakt, op grond van artikel 530 Sv Pro. De rechtbank onderzocht of deze regeling ook geldt voor belanghebbenden die geen verdachte zijn, en concludeerde dat de wetgever de regeling inderdaad heeft opengesteld voor belanghebbenden in klaagschriftprocedures.
De officier van justitie stelde zich ontvankelijk op en vond dat het verzoek toegewezen kon worden. De rechtbank vond geen gronden om de vergoeding te weigeren, aangezien verzoekster niet betrokken was bij de verdenking tegen haar broer en de declaratie van de advocaat niet onredelijk was.
De rechtbank kende daarom een vergoeding toe van € 1.524,60 voor de kosten van rechtsbijstand en daarnaast € 1.020,- voor het indienen en de behandeling van het verzoekschrift, in totaal € 2.544,60, te betalen door de Staat.
Uitkomst: De rechtbank kent verzoekster een vergoeding van € 2.544,60 toe voor kosten rechtsbijstand in de klaagschriftprocedure.