ECLI:NL:RBNNE:2023:2495
Rechtbank Noord-Nederland
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening tegen afwijzing handhavingsverzoek parkeren en rijden op gemeentelijke oprit en voet- en fietspad
Verzoeker heeft een voorlopige voorziening gevraagd tegen de afwijzing van zijn handhavingsverzoek door het college van burgemeester en wethouders van Hoogeveen. Het handhavingsverzoek betrof het optreden tegen parkeren op de gemeentelijke oprit en het rijden met auto's over het voet- en fietspad ter hoogte van een bepaald adres.
De voorzieningenrechter oordeelt dat verzoeker geen spoedeisend belang heeft bij de voorlopige voorziening. Hoewel het parkeren en rijden op genoemde plaatsen onder omstandigheden gevaarlijk kan zijn, heeft verzoeker onvoldoende concreet onderbouwd dat de situatie ter plaatse zodanig gevaarlijk is dat niet kan worden gewacht op de beslissing op bezwaar. Het college heeft toegelicht dat al sinds 2019 geen ongelukken zijn voorgevallen ondanks het parkeren op gemeentelijke opritten.
Daarnaast is het niet aannemelijk dat het besluit van 19 april 2023 evident onrechtmatig is. De voorzieningenrechter stelt dat nader onderzoek in bezwaar moet plaatsvinden over de toepassing van artikel 19 van Pro de Algemene Plaatselijke Verordening 2007. Ook heeft het college aangegeven dat het rijden over het voet- en fietspad wordt beboet indien gesignaleerd.
Op grond hiervan wijst de voorzieningenrechter het verzoek om een voorlopige voorziening af en worden geen proceskosten toegekend.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening wordt afgewezen wegens ontbreken van spoedeisend belang en het ontbreken van evident onrechtmatigheid van het besluit.