ECLI:NL:RBNNE:2023:1781
Rechtbank Noord-Nederland
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen sluiting perceel wegens drugsgerelateerde activiteiten
Verzoekster is sinds 2000 eigenaar van een perceel met woning, stal en keet waar in het verleden drugsgerelateerde activiteiten zijn aangetroffen, waaronder een hennepkwekerij in 2014 en een synthetisch drugslaboratorium in 2018. In 2023 trof de politie in het kader van een strafrechtelijk onderzoek in de schuur, keet en paardentrailer stoffen aan die gebruikt worden voor de productie van synthetische drugs, waaronder tolueen en wijnsteenzuur.
De burgemeester legde op grond van artikel 13b van de Opiumwet een last onder bestuursdwang op tot sluiting van het perceel voor zes maanden. Verzoekster maakte bezwaar en vroeg om een voorlopige voorziening tegen deze sluiting. De voorzieningenrechter oordeelde dat ondanks onduidelijkheden in de rapportage en het besluit, voldoende vaststaat dat de burgemeester bevoegd is de sluiting op te leggen op grond van de aanwezigheid van stoffen voor drugproductie.
De voorzieningenrechter stelde vast dat het perceel deel uitmaakt van een harddrugscircuit en dat sprake is van recidive. Hoewel niet is gebleken dat op het perceel drugs werden verhandeld, is sluiting noodzakelijk om het pand aan het criminele circuit te onttrekken. De belangen van verzoekster, waaronder de verzorging van twaalf paarden, zijn meegewogen en er is een regeling getroffen voor de zorg tijdens sluiting.
De voorzieningenrechter concludeerde dat de maatregel geschikt, noodzakelijk en evenwichtig is en wees het verzoek om voorlopige voorziening af, waardoor de burgemeester kan overgaan tot sluiting van het perceel.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de sluiting van het perceel wordt afgewezen.