ECLI:NL:RBNNE:2022:606
Rechtbank Noord-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Rechtbank verklaart zich onbevoegd inzake ambtshalve vermindering onroerendezaakbelasting 2013-2016
Eiser huurde vanaf december 2011 twee onroerende zaken voor zijn horecaonderneming, waarvan hij het gebruik van één per december 2012 beëindigde. Voor de jaren 2013 tot en met 2021 werd eiser aangeslagen voor onroerendezaakbelasting voor beide panden. Eiser maakte bezwaar tegen de aanslag 2021 en verzocht om ambtshalve vermindering van aanslagen over 2013-2020. Verweerder verleende ambtshalve vermindering voor 2017-2020, maar wees het verzoek voor 2013-2016 af.
De rechtbank oordeelt dat de afwijzing van een verzoek tot ambtshalve vermindering geen voor bezwaar vatbare beschikking is en daarom niet voor beroep bij de belastingrechter openstaat. De rechtbank verklaart zich daarom onbevoegd om kennis te nemen van het beroep tegen de afwijzing van het verzoek tot ambtshalve vermindering voor 2013-2016.
Eiser had alleen beroep ingesteld tegen deze afwijzing en niet tegen de aanslag over 2012. De rechtbank maakt de inschrijving van dat beroep ongedaan en bepaalt dat het betaalde griffierecht wordt terugbetaald. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De rechtbank verklaart zich onbevoegd om te oordelen over het beroep tegen de afwijzing van het verzoek tot ambtshalve vermindering van OZB voor 2013-2016.