Arriva Personenvervoer Nederland B.V. maakte bezwaar tegen het besluit van de Staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat om een specifieke uitkering toe te kennen aan Gedeputeerde Staten van Limburg voor de subsidiëring van de overgang naar het Europees treinbeveiligingssysteem (ERTMS).
De rechtbank beoordeelde ambtshalve of Arriva belanghebbende was bij dit besluit. Geconcludeerd werd dat Arriva slechts een afgeleid belang heeft, omdat de uitkering aan Gedeputeerde Staten is gericht en Arriva via een eigen subsidieregeling van Gedeputeerde Staten subsidie ontvangt. De belangen van Arriva en Gedeputeerde Staten lopen parallel, waardoor Arriva geen rechtstreeks belang heeft bij het besluit van de Staatssecretaris.
De rechtbank stelde vast dat tegen besluiten van Gedeputeerde Staten als subsidieverstrekker volwaardige bestuursrechtelijke rechtsbescherming openstaat voor Arriva. Het beroep van Arriva werd daarom niet-ontvankelijk verklaard en het bestreden besluit vernietigd voor zover het ziet op het bezwaar van Arriva. Tevens werden de proceskosten aan Arriva toegekend.