Opposant maakte bezwaar tegen de vastgestelde WOZ-waarde 2019 van een object en stelde beroep in wegens het niet tijdig beslissen op bezwaar. De rechtbank Den Haag verklaarde dit beroep niet-ontvankelijk omdat zij oordeelde dat geopposeerde reeds op het bezwaar had beslist voordat het beroep werd ingesteld.
Opposant stelde verzet in tegen deze niet-ontvankelijkverklaring, maar de rechtbank verklaarde dit ongegrond. De Hoge Raad vernietigde deze verzetuitspraak en verwees de zaak terug naar de rechtbank Noord-Nederland voor verdere behandeling.
De rechtbank Noord-Nederland oordeelde dat de rechtbank Den Haag ten onrechte zonder nader onderzoek had geoordeeld dat het beroep kennelijk niet-ontvankelijk was, terwijl opposant betwistte dat de uitspraak op bezwaar was verzonden. Daarom verklaarde de rechtbank het verzet gegrond, vernietigde de eerdere uitspraak en verwees de hoofdzaak terug naar rechtbank Den Haag voor inhoudelijke behandeling.
Daarnaast veroordeelde de rechtbank geopposeerde in de proceskosten van opposant ten bedrage van €759. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.