Uitspraak
RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
[verdachte],
Tenlastelegging
.
(primair)
(subsidiair);
(primair)dan wel dat hij daaraan medeplichtig is geweest
(subsidiair);
Rechtbank Noord-Nederland
De rechtbank Noord-Nederland heeft op 27 oktober 2022 uitspraak gedaan in een zaak tegen een verdachte die werd verdacht van het medeplegen van de productie en het bezit van MDMA-HCL en amfetamine in een drugslaboratorium te Suwâld in de periode van september tot december 2017.
De officier van justitie vorderde veroordeling voor het produceren van amfetamine, maar erkende dat er geen wettig en overtuigend bewijs was voor de voorbereidingshandelingen. De rechtbank onderzocht camerabeelden, DNA-sporen en andere bewijsmiddelen. Hoewel verdachte eenmaal op camerabeelden werd herkend en zijn DNA op een palletkar in de schuur werd aangetroffen, vond de rechtbank dit onvoldoende om zijn betrokkenheid wettig en overtuigend vast te stellen.
De palletkar was verplaatsbaar en het DNA kon ook eerder zijn achtergelaten. Er was geen bewijs van rolverdeling, leidinggeven of huurrechten van verdachte over de schuur. Daarom sprak de rechtbank verdachte vrij van alle tenlastegelegde feiten en hief het geschorste bevel tot voorlopige hechtenis op.
Uitkomst: Verdachte is vrijgesproken wegens onvoldoende wettig en overtuigend bewijs van betrokkenheid bij productie en bezit van MDMA en amfetamine.