Uitspraak
RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
1.1. Procesverloop
2.2. Beoordeling
3.Beslissing
mr. H.J. Bastin.
Rechtbank Noord-Nederland
Verzoekster diende een wrakingsverzoek in tegen mr. H.J. Bastin, die eerder als voorzieningenrechter had geoordeeld over een voorlopige voorziening en proceskosten. De wrakingskamer beoordeelde of er sprake was van een schijn van vooringenomenheid die de onpartijdigheid van de rechter zou aantasten.
De kamer stelde vast dat mr. Bastin in de voorlopige voorzieningenprocedure geen inhoudelijk oordeel had gegeven over de proceskosten in de nog lopende procedures. Het wrakingsverzoek was dan ook gebaseerd op een onjuiste veronderstelling. Daarnaast werd overwogen dat wraking niet kan worden gebruikt als verkapt middel tegen onwelgevallige beslissingen.
Verder werd het verzoek niet-ontvankelijk verklaard voor zover het betrekking had op procedurele beslissingen die reeds met een einduitspraak waren beëindigd. De rechtbank besloot het wrakingsverzoek kennelijk ongegrond te verklaren en de lopende procedures voort te zetten in de stand van het wrakingsverzoek.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek is kennelijk ongegrond verklaard en verzoekster niet-ontvankelijk voor zover het betrekking heeft op eerdere beslissingen.