ECLI:NL:RBNNE:2022:349
Rechtbank Noord-Nederland
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Toetsing verdeelmodel 2019 voor voorlopige gebundelde uitkering aan gemeente Groningen
Het college van burgemeester en wethouders van Groningen stelde beroep in tegen de toekenning van de voorlopige gebundelde uitkering voor het jaar 2019, vastgesteld door de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid. Het college betoogde dat het verdeelmodel 2019 een onevenredig nadeel voor de gemeente oplevert, met name door tekortkomingen in de volumecomponent van het model.
De rechtbank beoordeelde het beroep aan de hand van het Besluit Participatiewet waarin het verdeelmodel is neergelegd, en de jurisprudentie van de Centrale Raad van Beroep. Het model is een algemeen verbindend voorschrift en kan worden getoetst op rechtmatigheid en het evenredigheidsbeginsel. De rechtbank concludeerde dat het college onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat het model tekortkomingen bevat die leiden tot een onevenredige benadeling van Groningen.
De variabelen 'beschikbaarheid van werk' en 'werken onder niveau' zijn nader onderzocht. De rechtbank vond dat de minister deze variabelen adequaat heeft gedefinieerd en onderbouwd, en dat de door het college overgelegde memo's onvoldoende specifiek waren om het model in twijfel te trekken. Het model is zorgvuldig voorbereid met betrokkenheid van deskundigen en de VNG, en de minister heeft een ruime beslissingsruimte.
De rechtbank oordeelde dat het verdeelmodel 2019 geen willekeur vertoont en dat de voorlopige verdeling van het budget voor 2019 in stand kan blijven. Het beroep is ongegrond verklaard, en het college krijgt geen vergoeding van griffierecht of proceskosten.
Uitkomst: Het beroep van het college van Groningen tegen het verdeelmodel 2019 en de voorlopige gebundelde uitkering 2019 is ongegrond verklaard.