ECLI:NL:RBNNE:2022:348
Rechtbank Noord-Nederland
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Bestuurlijke toetsing verdeelmodel 2018 voor gebundelde uitkering sociale zekerheid
Het college van burgemeester en wethouders van Groningen stelde beroep in tegen de voorlopige toekenning van de gebundelde uitkering voor het jaar 2018, vastgesteld op €140.279.449,-, omdat het verdeelmodel 2018 volgens hen onevenredig nadelige gevolgen voor de gemeente heeft. De minister had het bezwaar van het college ongegrond verklaard.
De rechtbank heeft het beroep inhoudelijk beoordeeld en vastgesteld dat het verdeelmodel 2018 een algemeen verbindend voorschrift is dat zorgvuldig tot stand is gekomen, mede op basis van uitgebreid onderzoek en adviezen van experts en betrokkenheid van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten. Hoewel het model een abstractie van de werkelijkheid vormt, is niet aannemelijk gemaakt dat het model tekortkomingen bevat die de gemeente Groningen onevenredig benadelen.
Het college voerde onder meer aan dat de prijscomponent en de gegevens over kostendelers in Groningen onjuist zijn, maar de rechtbank vond deze stellingen onvoldoende onderbouwd en niet overtuigend. Ook het argument dat de verdeling willekeurig zou zijn, werd verworpen. De rechtbank concludeerde dat het beroep ongegrond is en dat de voorlopige verdeling van het budget gehandhaafd blijft.
Uitkomst: Het beroep van het college wordt ongegrond verklaard en de voorlopige gebundelde uitkering 2018 blijft gehandhaafd.