ECLI:NL:RBNNE:2022:3439
Rechtbank Noord-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Bevestiging spoedeisende bestuursdwang en kostenverhaal na scheepszinking met olieverontreiniging
Op 17 februari 2021 zonk een schip van eiser in een oppervlaktewaterlichaam, waarbij oliehoudende substanties vrijkwamen. Het waterschap Fryslân nam spoedeisende bestuursdwang door een derde partij in te schakelen voor opruim- en bergingswerkzaamheden. Eiser stelde dat het waterschap niet bevoegd was en dat de bestuursdwang onnodig en disproportioneel was.
De rechtbank oordeelde dat het waterschap bevoegd was op grond van de Waterschapswet en Waterwet om handhavend op te treden tegen de verontreiniging van het watersysteem, los van het vaarwegbeheer door de provincie. De spoedeisendheid was gegeven vanwege het risico op milieuschade en het ontbreken van directe maatregelen door eiser.
Het proportionaliteitsbeginsel werd niet geschonden, omdat het algemeen belang bij milieubescherming zwaarder woog dan het individuele belang van eiser. De kosten van bestuursdwang werden terecht op eiser verhaald, aangezien hij aansprakelijk was voor de verontreiniging en de gemaakte kosten. Het beroep van eiser tegen het primaire besluit en het kostenbesluit werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep van eiser tegen het besluit tot spoedeisende bestuursdwang en het kostenbesluit wordt ongegrond verklaard.