Uitspraak
RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
[verdachte] ,
Tenlastelegging
- met dat schip (speedboot) gevaren met een snelheid van (ongeveer) 73 kilometer per uur, in elkgeval gevaren met snelheden die hoger lagen dan de ter plaatse toegestane snelheid van 6 kilometer per uur, en zulks terwijl het nacht en derhalve donker was en/of
- met dat schip (speedboot) gevaren terwijl hij, verdachte, verkeerde onder de invloed vanalcoholhoudende dranken/of
- niet (voldoende) rekening gehouden met het overige scheepvaartverkeer (op het Stoomkanaal) en/of de snelheid, van dat schip, niet tijdig en/of voldoende verminderd en/of onvoldoende afstand bewaard/gehouden en/of is verdachte niet uitgeweken voor een aldaar varende
- waardoor het aan zijn, verdachtes, schuld te wijten is geweest dat [slachtoffer 1] zwaar lichamelijkletsel, te weten een (onder meer) een of meerdere gebroken nekwervel(s), althans zodanig lichamelijk letsel dat daaruit tijdelijke ziekte en/of verhindering in de uitoefening van de ambts- of beroepsbezigheden van deze was ontstaan en/of
- waardoor het aan zijn, verdachtes, schuld te wijten is geweest dat [slachtoffer 2] zwaar lichamelijkletsel, te weten een (onder meer) een klaplong en/of een mildtruptuur en/of een (gecompliceerde) armfractuur en/of een kaakfractuur en/of een schouderbladfractuur en/of meerdere gebroken ribben, althans zodanig lichamelijk letsel dat daaruit tijdelijke ziekte en/of verhindering in de uitoefening van de ambts- of beroepsbezigheden van deze was ontstaan;
Ontvankelijkheid van de officier van justitie
1Een expliciete, limitatieve opsomming van die delicten door het gerechtshof is daarbij geen noodzakelijk vereiste. Ook op andere wijze kan blijken op welke delicten het gerechtshof het oog heeft. Uit de wetsgeschiedenis
2volgt dat het redigeren van de tenlastelegging moet worden overgelaten aan het openbaar ministerie. Hierbij mag worden verwacht dat het openbaar ministerie geen misbruik maakt van de gelaten beoordelingsruimte. Wel denkbaar is dat de mogelijkheid wordt gelaten een aantal mogelijk in aanmerking komende delicten ten laste te leggen.
Beoordeling van het bewijs
Het oordeel van de rechtbank 3
4Aangever weet nog dat zij ter hoogte van het restaurant ‘ [naam restaurant] ’ voeren.
5Uit het verslag van de spoedeisende hulp blijkt eveneens van voornoemd letsel.
6
7
8Uit de ontslagbrief van het ziekenhuis blijkt eveneens van voornoemd letsel.
9
10
11
12
13
14
15
16
17
18, merk [merk en type boot] met registratienummer [nummer] . Het andere betrokken vaartuig betrof een klein schip, merk [merk en type boot] . De plaats van het incident was het Stroomkanaal. De exacte locatie was niet meer vast te stellen. Het was duister. De maximumsnelheid voor alle schepen op het Stroomkanaal was door het bevoegd gezag vastgesteld op 9 kilometer per uur.
19
20
21
22
23De gedragingen van verdachte zijn naar het oordeel van de rechtbank een noodzakelijke factor geweest voor de aanvaring en de daarna ingetreden gevolgen, zodat een eventuele (mede)schuld van de slachtoffers niet leidt tot disculpatie van verdachte.
24
25en de bekennende verklaring van verdachte
26blijkt genoegzaam dat verdachte feit 4 heeft begaan op de wijze zoals hierna is bewezen verklaard.
Bewezenverklaring
Strafbaarheid van het bewezen verklaarde Het bewezen verklaarde levert op:
Strafbaarheid van verdachte
Strafmotivering
Benadeelde partij
€ 22.168,13(bestaande uit € 17.877,46 met aanvulling van € 4.290,67), te weten € 7.168,13 aan materiële schade en € 15.000,00 ter vergoeding van immateriële schade. De in de aanvulling onder schadepost 12 genoemde kosten zijn ter terechtzitting ingetrokken nu deze kosten reeds onder schadepost 6 zijn gevorderd;
€ 55.948,68(bestaande uit € 53.448,68 met aanvulling van € 2.500,00), te weten € 25.948,68 aan materiële schade en € 30.000,00 ter vergoeding van immateriële schade.
27
Toepassing van wetsartikelen
Uitspraak
De rechtbank
Een taakstraf voor de duur van 120 uren.
Bepaalt dat geen straf of maatregel zal worden opgelegd.
Bepaalt dat geen straf of maatregel zal worden opgelegd.
Ten aanzien van [slachtoffer 1] , feit 1 primair:
[slachtoffer 1]te betalen:
- het bedrag van
- de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 6 mei 2018 tot de dag van algehele voldoening;
- de proceskosten die de benadeelde partij heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerleggingvan deze uitspraak alsnog zal maken, tot heden begroot op nihil.
Ten aanzien van [slachtoffer 2] , feit 1 primair:
[slachtoffer 2]te betalen:
- het bedrag van
- de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 6 mei 2018 tot de dag van algehele voldoening;
- de proceskosten die de benadeelde partij heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerleggingvan deze uitspraak alsnog zal maken, tot heden begroot op nihil.
NJ1996, 714.
NJ1937, 1102, HR 19 februari 1963,
NJ1963, 512 en HR 2 mei 1989,
NJ1989, 719.