ECLI:NL:RBNNE:2022:2301
Rechtbank Noord-Nederland
- Eerste aanleg - meervoudig
- A. Nieuwenhuis
- J. Boerlage - van den Bosch
- A.G.D. Overmars
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verblijfsvergunning asiel wegens betrokkenheid bij misdrijven in Syrië en oplegging zwaar inreisverbod
Eiser, van Syrische nationaliteit, verzocht om verlenging van een verblijfsvergunning asiel, welke door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid werd afgewezen als kennelijk ongegrond op grond van artikel 30b, eerste lid, aanhef en onder j, van de Vreemdelingenwet 2000. Tevens werd een inreisverbod van tien jaar opgelegd vanwege zijn vermeende betrokkenheid bij ernstige misdrijven tijdens zijn militaire dienstplicht in Syrië.
De rechtbank oordeelde dat de verklaringen van eiser tijdens een Noorse asielprocedure, waarin hij toegaf als militair politietaken te hebben uitgevoerd en wist van martelingen door de Syrische veiligheidsdienst, terecht zijn meegewogen. Eiser werd verweten ‘knowing participation’ te hebben in misdrijven tegen de menselijkheid, hetgeen hij betwistte maar onvoldoende aannemelijk kon weerleggen.
De rechtbank verwierp de stellingen van eiser dat hij niet persoonlijk verantwoordelijk was, dat hij onder dwang handelde, en dat het opleggen van artikel 1F van het Vluchtelingenverdrag onzorgvuldig was. Ook het beroep tegen het terugkeerbesluit en het inreisverbod werd afgewezen. De rechtbank concludeerde dat eiser een actuele en ernstige bedreiging vormt voor de samenleving en dat het opleggen van het inreisverbod proportioneel is.
Het beroep werd ongegrond verklaard en de afwijzing van de verblijfsvergunning en het inreisverbod werden bevestigd.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit tot afwijzing van de verblijfsvergunning en oplegging van een tienjarig inreisverbod wordt bevestigd.