De rechtbank Noord-Nederland behandelde op 20 juni 2022 een verzoek van ouders zonder gezag tot het vaststellen van een omgangsregeling met hun pleegkind. Het kind is sinds 2012 onder toezicht gesteld en verblijft bij pleegouders die ook de voogdij hebben. Het kind heeft een Foetaal Alcoholspectrumstoornis (FASD) en een autismespectrumstoornis (ASS) en functioneert op een moeilijk lerend niveau.
De ouders vroegen om een omgangsregeling van eenmaal per maand zes uur en een informatieregeling waarbij zij regelmatig op de hoogte worden gehouden over het kind. De pleegouders en betrokken deskundigen stelden dat omgang op dit moment niet in het belang van het kind is vanwege de negatieve effecten op zijn geestelijke en lichamelijke ontwikkeling. De Raad voor de Kinderbescherming adviseerde eveneens geen omgangsregeling vast te stellen, maar wel een informatieregeling.
De rechtbank oordeelde dat omgang ernstig nadeel oplevert voor het kind en wees het verzoek af. Wel werd een informatieregeling vastgesteld waarbij de pleegouders eens per drie maanden schriftelijk informatie en een recente foto via het Leger des Heils en WerkPro aan de ouders verstrekken. Tevens dienen de pleegouders jaarlijks te informeren over de visie van de kinderarts en psycholoog omtrent omgangsmogelijkheden. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad en in hoger beroep aanvechtbaar binnen drie maanden.