Op 7 januari 2021 raakte [A], toen 36 jaar oud, betrokken bij een verkeersongeval waarbij hij letsel opliep. Bovemij was de verzekeraar van de aansprakelijke partij. Na het ongeval volgde een langdurige schaderegelingsprocedure waarin Bovemij voorschotten verstrekte, maar uiteindelijk besloot de onderhandelingen eenzijdig te beëindigen met een lumpsum betaling van €20.000,00. [A] vorderde daarop voortzetting van de onderhandelingen en een aanvullend voorschot voor buitengerechtelijke kosten.
De kantonrechter oordeelde dat Bovemij onterecht het dossier had gesloten zonder een actuele en inzichtelijke prognose van het arbeidsvermogen van [A]. De deelgeschilprocedure was geschikt om het geschil over het voorschot en de buitengerechtelijke kosten te beslechten en de impasse in de onderhandelingen te doorbreken. Bovemij werd veroordeeld tot voortzetting van de onderhandelingen conform de Gedragscode Behandeling Letselschade.
Verder werd een aanvullend voorschot van €11.889,63 toegekend voor buitengerechtelijke kosten, ondanks dat deze kosten meer dan twee derde van de voorlopige schade bedragen. De kantonrechter vond dit gerechtvaardigd gezien de kwetsbare positie van [A] en de noodzaak van snelle bevoorschotting. Ook werden de kosten van de deelgeschilprocedure van €2.039,33 aan [A] toegewezen. Het verzoek tot uitvoerbaarheid bij voorraad werd afgewezen.