Uitspraak
RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
1.Het procesverloop
- de vader, bijgestaan door mr. A.L. Witteveen;
- de moeder, bijgestaan door mr. M.J. Flach;
Rechtbank Noord-Nederland
De zaak betreft een verzoek van de vader om schriftelijke aanwijzingen van de Gecertificeerde Instelling (GI) met betrekking tot de omgangsregeling met zijn minderjarige kinderen, die in een gezinshuis verblijven, geheel of gedeeltelijk vervallen te verklaren. De vader wenst een ruimere omgangsregeling dan vastgelegd in de schriftelijke aanwijzingen van 8 februari 2022 en 2 maart 2022.
De kinderrechter stelt vast dat het verzoek tot vervallenverklaring van de aanwijzing van 8 februari 2022 tijdig is ingediend, maar dat het verzoek voor de aanwijzing van 2 maart 2022 te laat is ingediend. De kinderrechter oordeelt dat de laatste aanwijzing niet bij de beoordeling betrokken kan worden vanwege rechtszekerheid.
De kinderrechter beoordeelt dat de schriftelijke aanwijzing van 8 februari 2022 onvoldoende is gemotiveerd, met name omdat niet duidelijk is waarom de omgangsregeling in die vorm passend is. Gezien de problematiek van de ouders en het belang van de kinderen acht de kinderrechter een wekelijkse onbegeleide omgang niet passend zonder voldoende ondersteuning. Daarom wordt de aanwijzing van 8 februari 2022 vervallen verklaard. Het verzoek tot uitbreiding van de omgangsregeling wordt afgewezen. De GI wordt geadviseerd in overleg met de Intensieve Ambulante Gezinsbegeleiding (IAG) een passende regeling te treffen.
Uitkomst: De schriftelijke aanwijzing van 11 februari 2022 wordt vervallen verklaard; het verzoek tot vervallenverklaring van de aanwijzing van 2 maart 2022 wordt afgewezen wegens te late indiening.