Uitspraak
RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 7 april 2022 in de zaak tussen
[eiseres], gevestigd te [plaats], eiseres,
derde-partijheeft aan het geding deelgenomen: [belanghebbende], te [plaats], derde-belanghebbende,
Rechtbank Noord-Nederland
Eiseres exploiteert een insectencentrum en kreeg een last onder dwangsom opgelegd vanwege overtreding van voorschrift 1.1.4 van een omgevingsvergunning uit 2017. Na een gewijzigde omgevingsvergunning in 2020 werd een gewijzigde last onder dwangsom opgelegd op basis van voorschrift 1.2.1. Eiseres stelde beroep in tegen het bestreden besluit en de gewijzigde last onder dwangsom.
De rechtbank oordeelt dat het beroep tegen het bestreden besluit niet-ontvankelijk is omdat de gewijzigde last onder dwangsom het eerdere besluit vervangt en eiseres geen belang meer heeft bij inhoudelijke beoordeling van het oude besluit. De rechtbank stelt zich onbevoegd voor het beroep tegen de gewijzigde last onder dwangsom omdat dit besluit niet kwalificeert als intrekking, wijziging of vervanging van het bestreden besluit volgens artikel 6:19 Awb Pro.
De rechtbank verwijst het beroep tegen de gewijzigde last onder dwangsom naar verweerder om te behandelen als bezwaar. Verweerder wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten van €1.518 en het griffierecht van €354 aan eiseres. Het vonnis is gewezen door rechter R.L. Vucsán en griffier H.L.A. van Kats op 7 april 2022.
Uitkomst: De rechtbank verklaart zich onbevoegd voor het beroep tegen de gewijzigde last onder dwangsom en niet-ontvankelijk voor het beroep tegen het bestreden besluit.