Uitspraak
RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
[verdachte] ,
Tenlastelegging
Beoordeling van het bewijs
01:40
Er staat een man bij de pinautomaat, links van hem staat een vrouw met lang blond haar (getuige [getuige 2] ) en een man met een pet. De man bij de pinautomaat, betreft de aangever.
01:43:11
De man met de pet gaat naast getuige [getuige 2] staan.
01:43:40
De man met de pet gaat naast de pinnen/aangever staan aan diens rechterzijde.
01:44:05
De man met de pet reikt naar de pinautomaat. Ik zie dat zijn rechterhand in de nis van de automaat gaat en weer vanuit die nis in beeld komt en dat hij briefjes/bankbiljetten in zijn rechterhand heeft, dat hij een deel van die briefjes/bankbiljetten aan de aangever geeft, zelf iets in zijn rechterhand houdt en vervolgens in zijn rechter achter broekzak stopt.
Ik zag een persoon aan komen naar de pinautomaat. Ik zag dat de persoon een pet op had en een donker gekleurde, gewatteerde jas met een Nike logo links op de borst aan had. Ik zag dat de persoon de capuchon van de jas over zijn hoofd droeg en zag daaronder de klep van de pet vandaan komen. Ik zag dat de jas dusdanig gedragen werd dat het gezicht grotendeels bedekt werd. Ik zag alleen de ogen en deels de wenkbrauwen. Ik zag dat de persoon bruine ogen had en donkere wenkbrauwen. Na enige tijd, vertrekt de persoon.
Bewezenverklaring
Strafbaarheid van het bewezen verklaarde
Strafbaarheid van verdachte
Strafmotivering
Benadeelde partij
Toepassing van wetsartikelen
Uitspraak
De rechtbank
Een gevangenisstraf voor de duur van 442 dagen.
een gedeelte, groot 365 dagenniet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, op grond, dat de veroordeelde voor het einde van of gedurende de proeftijd, die hierbij wordt vastgesteld op twee jaren, de hierna te noemen voorwaarden niet heeft nageleefd.
Een taakstraf voor de duur van 150 uren.
Benadeelde partij
[slachtoffer 2]toe tot na te melden bedrag en veroordeelt verdachte tot betaling aan deze benadeelde partij van een bedrag van €
714,11(zegge: zevenhonderdveertien euro en elf eurocent), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 4 oktober 2019.