Uitspraak
RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
[eiser] , te [plaats B] , eiser
de inspecteur van de Belastingdienst/kantoor Leeuwarden, verweerder
Procesverloop
Overwegingen
02-09-2011
[eiser]”. Voor geldverstrekking 2 is geen overeenkomst van geldlening opgemaakt. Volgens de jaarrekeningen van de BV werd op deze geldverstrekking een rente berekend van 4 procent. Het verloop van geldverstrekking 2 in de jaarrekeningen van [X BV] was als volgt:
vordering op onderneming in [land Y]” geldverstrekking 1 afgewaardeerd met € 782.240 en op balansdatum 30 april 2014 onder de post “
overige vorderingen” opgenomen voor een waarde van nihil. Daarnaast heeft de BV, blijkens de toelichting op de balans onder het kopje “
vorderingen op participanten en maatschappijen waarin wordt deelgenomen, [eiser]” op balansdatum 30 april 2014 het bedrag van haar vordering uit hoofde van geldverstrekking 2, € 721.760, gesaldeerd met de rekening-courantschuld van € 108.921, waarna een vordering tot een bedrag van € 612.839 resteert. Deze vordering heeft de BV afgewaardeerd met een bedrag van € 100.839, zodat op balansdatum 30 april 2014 op de balans nog een vordering op eiser van € 512.000 resteerde.