Verweerder verleende op 16 november 2018 een omgevingsvergunning aan vergunninghouder voor aanlegvoorzieningen bij De Burd te Grou, ondanks strijdigheid met het bestemmingsplan. Eisers maakten bezwaar en stelden beroep in tegen het bestreden besluit dat hun bezwaren ongegrond verklaarde.
De rechtbank oordeelt dat eisers belanghebbenden zijn vanwege de directe feitelijke gevolgen en het zicht op de locatie. Het primaire besluit was gebaseerd op een planologisch regime dat later werd gewijzigd met een vergunning voor drie recreatiearken, maar deze wijziging werd door de rechtbank vernietigd in een andere procedure.
Daardoor is het oorspronkelijke planologisch regime weer van kracht, waardoor de omgevingsvergunning voor aanlegvoorzieningen niet verleend had mogen worden. De rechtbank verklaart het beroep gegrond, vernietigt het bestreden besluit, herroept het primaire besluit en weigert de vergunning. Verweerder wordt veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten.