Uitspraak
RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
uitspraak van de enkelvoudige belastingkamer van 2 maart 2021 in de zaak tussen
[eiser] , te [woonplaats] , eiser
de inspecteur van de Belastingdienst/kantoor Groningen, verweerder
Procesverloop
Overwegingen
Op 14 augustus 2018 heb ik uw brief ontvangen inzake de aangifte inkomstenbelasting, premie volksverzekeringen en inkomensafhankelijke bijdrage Zorgverzekeringswet 2015 van de heer [eiser] , burgerservicenummer [BSN nummer eiser] en mevrouw [partner van eiser] , burgerservicenummer [BSN nummer partner van eiser] . U heeft mij informatie verstrekt over de verdeling van de hypotheekrente eigen woning tussen beide partners. Ook vraagt u om een onderbouwing, waarom ik de [naam bank] lening, met leningnummer [nummer lening overig] niet kan accepteren als een hypotheeklening ten behoeve van de eigen woning.
nieuwfeit kwalificeert. Van een nieuw feit is geen sprake als verweerder er bij het opleggen van de aanslag reeds bekend mee was of bekend mee had kunnen zijn.