Uitspraak
RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
uitspraak van de belastingkamer van 16 februari 2021 in de zaken tussen
[eiser] , te [woonplaats] , eiser
de inspecteur van de Belastingdienst/kantoor Amsterdam, verweerder
de Minister voor Rechtsbescherming(hierna: de Minister).
Procesverloop
Overwegingen
Gezien de gegrondheid van het beroep heeft belanghebbende recht op een proceskostenvergoeding met betrekking tot de bezwaarfase.”
Hierbij verzoekt ondergetekende, [gemachtigde eiser] , u namens zijn cliënt, [eiser] , om indiening van een conclusie van repliek op de verweerschriften, die ondergetekende via uw rechtbank heeft ontvangen van de inspecteur der directe belastingen te Amsterdam. Ervan uitgaande, dat u ondergetekende de gelegenheid geeft een conclusie van repliek in te dienen, wil hij nog het volgende inbrengen.”
Bij de voorbereiding van de zitting van 28 januari 2021 te Groningen ben ik tot de conclusie gekomen dat de navorderingsaanslagen IB/PVV 2013 en 2014 ten name van belanghebbende vernietigd kunnen worden. U heeft bij uw nadere stuk van 15 mei 2020 een nieuwe dieetverklaring overgelegd. Op basis van deze verklaring ben ik van mening dat belanghebbende recht heeft op de aftrek van dieetkosten. Dit heeft tot gevolg dat de navorderingsaanslagen zullen worden vernietigd. De verminderingsbeschikkingen zult u of [eiser] over enige tijd ontvangen van uit het computercentrum te Apeldoorn.”
Beslissing
- verklaart de beroepen gegrond;
- vernietigt de uitspraken op bezwaar, de navorderingsaanslagen en de bijbehorende beschikkingen belastingrente;
- veroordeelt verweerder tot het betalen van een immateriële schadevergoeding aan eiser in de zaak LEE 20/290 tot een bedrag van € 1.324;
- veroordeelt de Minister tot het betalen van een immateriële schadevergoeding aan eiser in de zaak LEE 20/290 tot een bedrag van € 176;
- draagt verweerder op het betaalde griffierecht van € 94 aan eiser te vergoeden;
- veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiser in de zaak LEE 20/290 tot een bedrag van € 534;
- veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiser in de zaak LEE 20/291 tot een bedrag van € 534.