Uitspraak
RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
[verdachte],
Tenlastelegging
- die [slachtoffer] met beide handen bij de bovenarmen, in elk geval bij het lichaam, heeft vastgepakten/of vasthouden en/of (vervolgens)
- het licaam van die die [slachtoffer] heeft omgedraaid en/of (vervolgens)
- het door die [slachtoffer] gedragen hemd uit de door die [slachtoffer] gedragen broek heeftgescheurd/getrokken en/of (vervolgens)
- met verdachtes hand onder dat hemd, in elk geval de kleding, van die [slachtoffer] is gegaan en/of(vervolgens)
- met verdachtes hand tussen de door die [slachtoffer] gedragen BH en het lichaam van die[slachtoffer] is gaan wrikken.
Beoordeling van het bewijs
17heeft de Hoge Raad geoordeeld dat niet is vereist dat het
Bewezenverklaring
- die [slachtoffer] met beide handen bij de bovenarmen heeft vastgepakt en vervolgens
- het lichaam van die die [slachtoffer] heeft omgedraaid en vervolgens
- het door die [slachtoffer] gedragen hemd uit de door die [slachtoffer] gedragen broek heeftgetrokken en vervolgens
- met verdachtes hand onder dat hemd, in elk geval de kleding, van die [slachtoffer] is gegaan envervolgens
- met verdachtes hand tussen de door die [slachtoffer] gedragen BH en het lichaam van die[slachtoffer] is gaan wrikken.
Strafbaarheid van verdachte
Strafmotivering
Vordering van de benadeelde partij
Schadevergoedingsmaatregel
Toepassing van wetsartikelen
Uitspraak
De rechtbank
een taakstraf voor de duur van 80 uren.
een gevangenisstraf voor de duur 32 dagen.
een gedeelte, groot 30 dagenniet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, op grond dat de veroordeelde zich voor het einde van een proeftijd, die hierbij wordt vastgesteld op 3 jaren, aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.
Benadeelde partij
[slachtoffer]toe tot na te melden bedrag en veroordeelt verdachte tot betaling aan deze benadeelde partij van een bedrag van
€ 1.000,00(zegge: duizend euro), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 31 juli 2020.